Vervangen van de handremkabel

Hier vindt u nuttige basiskennis en waardevolle tips over het thema schadebeoordeling van parkeerremmen.

De volgende reparatie-instructie wordt getoond aan hand van het voorbeeld van een Mazda 6, maar kan ook worden toegepast op identieke voertuigmodellen. In ons voorbeeld kan de handremhendel niet worden bediend. De bedrijfsrem op de achteras werkt probleemloos en vertoonde voldoende remkracht op de remmentestbank.

Belangrijke veiligheidsaanwijzing
De volgende technische informatie en praktische tips zijn door HELLA ontwikkeld om werkplaatsen professioneel te ondersteunen bij hun werkzaamheden. De gegeven informatie op deze website mag alleen door daarvoor opgeleid vakpersoneel worden gebruikt.

 

INHOUDSOPGAVE

Handrem kapot: Uitvalsoorzaken

De handrem, ook wel bekend als de parkeerrem, heeft tot taak een stilstaand of geparkeerd voertuig te beveiligen tegen wegrollen zonder dat de bestuurder aanwezig is. Bij de mechanische handrem wordt de remkracht via kabels op de wielremmen van de achteras overgebracht wanneer de handremhendel met spierkracht wordt bediend.

 

Een defect van de handremkabel merkt u het eerst door de uitval van de parkeerrem. 

  • Een veel voorkomende oorzaak van een uitval van de handrem is de verminderde bedienbaarheid als gevolg van uitwendige schade of vervuiling. 
  • Een defect in de ommanteling of stofbeschermingshuls kan leiden tot het binnendringen van water of vuil, wat kan leiden tot corrosie en vastlopen van de kabels. 
  • Bovendien kunnen de kabels in koude seizoenen door vocht en vorst bevriezen.
Opmerking

De volgende reparatie-instructie wordt getoond aan hand van het voorbeeld van een Mazda 6, maar kan ook worden toegepast op identieke voertuigmodellen. In ons voorbeeld kan de handremhendel niet worden bediend. De bedrijfsrem op de achteras werkt probleemloos en vertoonde voldoende remkracht op de remmentestbank.

Vervangen van de handremkabel Mazda 6: Video

Controleren van de handrem en vervangen van de handremkabel

In onze video laten we zien van hoe je de handrem kunt controleren op fouten en hoe je de handremkabel professioneel kunt vervangen aan hand van het voorbeeld van een Mazda 6.

Controleren van de handrem op fouten en vervangen van de handremkabel: Handleiding

De handrem op fouten controleren

Om de oorzaak van het defect vast te stellen, moeten nu alle onderdelen van de parkeerrem worden gecontroleerd.

  • Til het voertuig op en verwijder zo nodig de achterwielen
  • Controleer de handremkabels op beschadigingen en bevestigingen

 

Hier is schade aan de stofbeschermingshulzen van de kabels gevonden (afbeelding 1).

 

Ontspan de handremkabel voor de verdere diagnose

  • Om dit te doen, verwijder je het achterste asbakdeksel in de middenconsole en maak je de stelmoer van de parkeerrem los totdat de handremhendel licht kan worden bewogen

 

Controleer vervolgens de beweeglijkheid van de handremhendels op de achterste remklauwen

  • Gebruik een schroevendraaier om de hendel licht in de trekrichting af te buigen

 

De handrem- en bedieningshendels op beide remklauwen zijn vrij te bewegen en vertonen geen zichtbare gebreken.

Uitbouwen van de handremkabel

Om het pakket handremkabels te verwijderen, voer je de volgende werkzaamheden uit

 

  • Verwijder de afdekking van de handremhendel of de middenconsole
  • Draai de stelmoer van de handremhendel los totdat de bouten van de kabels vrij beweegbaar zijn
  • Bevestigingsbout losmaken
  • Verwijder de onderste bekledingen van het voertuig en de warmtebeschermingsplaat
  • Verwijder indien nodig het uitlaatsysteem uit de beugels
  • Maak de montageplaat en de beugels van de handremkabel los
  • Maak de handremkabel los van de remklauwen en verwijder de kabel

 

Na de verwijdering kon de oorzaak duidelijk worden toegeschreven aan de handremkabel. De kabel kon niet meer in de bowdenkabel worden bewogen. Interne verontreinigingen en corrosie hebben geleid tot een beperking van de beweeglijkheid (afbeelding 2). 

Controleren en resetten van mechanische afstelinrichtingen

Voordat de nieuwe handremkabel wordt geïnstalleerd en afgesteld, moeten eerst de mechanische afstelinrichtingen in de twee remklauwen van de achteras worden gecontroleerd en gereset. De juiste afstelling van de parkeerrem is alleen mogelijk als de bowdenkabels en alle bewegende onderdelen van de parkeerrem soepel en functioneel zijn.

 

Verwijder hiervoor de remklauw en bedien de mechanische hendel op de remklauw tot de remzuiger iets uitschuift. Na de succesvolle controle draai je de zuiger weer volledig terug met behulp van een resetgereedschap (afbeelding 3).

 

Als onderdeel van deze activiteit moeten alle andere onderdelen, zoals remblokken of geleidepennen, tegelijkertijd op slijtage en functionaliteit worden gecontroleerd. Afdichtingen of defecte onderdelen moeten worden vervangen.
Remklauwen completeren en weer monteren. Vervolgens de remzuigers in de werkstand brengen door licht te pompen. 

Installeren van de handremkabel

Monteer de nieuwe handremkabel weer in omgekeerde volgorde.

 

  • Haak de kabel aan de remklauwen vast en zet de kabel vast met een borgplaat
  • Steek de kabel in de bovenzijde van de houder van de handremkabel op de bediening van de handrem
  • De handremkabel overeenkomstig de montagepunten op de bodemplaat installeren en bevestigen
  • Draai de stelmoer op de handremhendel totdat een voorspanning zonder speling is bereikt of tot de handremhendels op de remklauw iets van de aanslag afgaan

Instellen van de handremkabel - Basisinstelling

  • Draai de handremhendel vast met 3-4 tandjes
  • Draai de stelmoer vast totdat de achterwielen moeilijk met de hand te draaien zijn
  • Handremhendel loszetten
  • De achterwielen moeten nu weer vrij kunnen draaien. Indien nodig, de de stelmoer iets terugdraaien
  • Draai de handremhendel meerdere malen met gemiddelde handkracht vast en los
  • Bedien het rempedaal meerdere malen met matige kracht

 

De weg van de handremhendel moet zo worden afgesteld dat de rem tussen 4-7 tandjes wordt geblokkeerd.

Controlelampje van de handrem controleren

  • Zet de contactsleutel op ON
  • Draai de handremhendel vast op vergrendeling 1

 

Het controlelampje moet nu branden. De wielen moeten nu vrij kunnen draaien en de achterwielremmen mogen niet aanlopen.

 

Na de basisafstelling is het automatisch bijstellen van de remklauwen van de achterwielrem niet meer nodig.

 

Controleer vervolgens de effectiviteit van de handrem op de remmentestbank.

Reparatie-instructie!

Neem in dit verband de onderhouds- en reparatievoorschriften van de desbetreffende voertuigfabrikant in acht!