KOELVLOEISTOF BIJVULLEN

Hier vindt u handige tips over het thema koelvloeistof en hoeveelheden koelvloeistof voor voertuigen.

Voldoende koelvloeistof is de basisvoorwaarde voor een storingsvrije werking van de motor. Hier laten wij u zien welke taken het koelvloeistof vervult, welke mengverhouding ideaal is en hoe het antivriesaandeel in de koelvloeistof kan worden vastgesteld. Daarnaast kunt u hier een tabel downloaden die informatie geeft over de hoeveelheden koelvloeistof van gangbare voertuigmodellen.

Belangrijke veiligheidsaanwijzing
De onderstaande technische informatie en praktische tips zijn door HELLA ontwikkeld om werkplaatsen professioneel te ondersteunen bij hun werkzaamheden. De op deze website gegeven informatie mag alleen worden gebruikt door vakmensen die op het betreffende gebied zijn opgeleid.

 

KOELVLOEISTOF, VORST- EN CORROSIEBESCHERMING: GRONDSLAGEN

Koelvloeistof is de verzamelnaam voor de in het koelsysteem aanwezige koelmiddelen. Koelvloeistof beschermt tegen vorst, roest, oververhitting en smeert. Het heeft de taak de motorwarmte op te nemen en deze via de radiateur af te voeren.

 

De koelvloeistof is een mengsel van water en antivries (glycol/ethanol) waaraan verschillende additieven (bitterstoffen, silicaat, antioxidanten, antischuimmiddelen) en een kleurstof zijn toegevoegd. Bitterstoffen moeten voorkomen dat de koelvloeistof per ongeluk wordt gedronken. Silicaten vormen een beschermend laagje op de metaaloppervlakken en voorkomen o.a. kalkafzettingen. Antioxidanten voorkomen corrosie van onderdelen. Antischuimmiddelen voorkomen het schuimen van de koelvloeistof. Glycol houdt slangen en afdichtingen soepel en verhoogd het kookpunt van de koelvloeistof.

De mengverhouding water/antivries moet tussen 60:40 en 50:50 liggen. Dat komt normaal overeen met een vorstbescherming van -25 °C tot  -40 °C. De minimale mengverhouding is 70:30 en de maximale mengverhouding 40:60. Door het verder verhogen van het antivriesaandeel (bijv. 30:70) kan geen verdere daling van het vriespunt meer worden bereikt. Integendeel, een onverdund gebruikt antivries bevriest al bij ca. -13 °C en voert bij temperaturen boven 0 °C onvoldoende motorwarmte af. De motor raakt daardoor oververhit. Omdat glycol een zeer hoog kookpunt heeft, kan door de juiste mengverhouding het kookpunt van de koelvloeistof worden verhoogd tot 135 °C. Daarom is ook in warme landen een voldoende antivriesaandeel belangrijk. De aanbevelingen van de fabrikanten moeten altijd worden opgevolgd, een typische samenstelling kan 40/60% of 50/50% zijn, bij gebruik van geïnhibeerd water (drinkwaterkwaliteit). 

 

De koelvloeistof en de additieven hierin zijn onderhevig aan veroudering, d.w.z. een deel van de additieven wordt in de loop van de tijd verbruikt. Als bijvoorbeeld de corrosiewerende additieven opgebruikt zijn, treedt er een bruine verkleuring van de koelvloeistof op. Dit is waarom enkele voertuigfabrikanten een verversingsinterval voor de koelvloeistof voorschrijven. 

 

De koelsystemen van nieuwere voertuigen worden echter steeds vaker gevuld met zogenaamde 'Long Life' koelvloeistoffen (bijv. VW G12++/ G13). Onder normale omstandigheden (geen verontreinigingen) hoeft de koelvloeistof niet meer te worden ververst (VW) of pas na 15 jaar of 250.000 km (nieuwere Mercedes-modellen). Over het algemeen moet de koelvloeistof bij verontreinigingen (olie, corrosie) en bij voertuigen die niet zijn voorzien van long-life koelvloeistoffen, worden ververst. Wat betreft de specificaties, verversingsinterval, mengverhouding en mengbaarheid van antivriesmiddelen moeten altijd de voorschriften van de voertuigfabrikant worden opgevolgd. 

 

Koelvloeistof mag niet in het grondwater komen of worden afgevoerd via een olieafscheider. Het moet apart worden opgevangen en worden afgevoerd.