MIS GEEN ENKEL NIEUWS!

Met de gratis nieuwsbrief geeft HELLA om de twee weken informatie over alle nieuwe ontwikkelingen in HELLA Tech World

Blijf op de hoogte!
Meer informatie over onze nieuwsbrief weergeven Meer informatie over onze nieuwsbrief uitschakelen
 

Met de gratis nieuwsbrief geeft HELLA om de twee weken informatie over alle nieuwe ontwikkelingen in HELLA Tech World, bijvoorbeeld:

  • Nieuwe voertuigspecifieke reparatie-aanwijzingen
  • Technische informatie - van basiskennis tot diagnosetips
  • Productinnovaties
  • Werkplaatsrelevante marketingacties en wedstrijden

Daarvoor hoeft u alleen uw e-mailadres op te geven. Klik hier als u zich voor de nieuwsbrief wilt afmelden.

MOTORKOELING - GRONDSLAGEN

Hier vindt u handige basiskennis over het thema motorkoeling bij voertuigen.

Om de verbrandingsmotor efficiënt en met zo min mogelijk verontreiniging te laten werken, moet deze zo snel mogelijk zijn bedrijfstemperatuur bereiken en deze in alle lasttoestanden behouden. Zo wordt de motorkoeling gegarandeerd, die tegelijkertijd ook het interieur verwarmt. Hier beschrijven wij de werking van de motorkoeling en zijn onderdelen. Bovendien geeft een video informatie over het vakkundig vervangen van een Visco-koppeling.

Belangrijke veiligheidsaanwijzing
De volgende technische informatie en praktijktips zijn door HELLA opgesteld om werkplaatsen tijdens hun werk professioneel te ondersteunen. De aangegeven informatie op deze website mag alleen door daarvoor opgeleid vakpersoneel worden gebruikt.

 

KOELING - EEN TERUGBLIK: WETENSWAARDIGHEDEN

Motorkoeling met water

De bij het verbranden van de brandstof ontstane temperaturen (tot 2.000 °C) zijn schadelijk voor de werking van de motor. Daarom wordt de motor gekoeld tot de bedrijfstemperatuur. Het eerste type koeling met water was de thermosyfonkoeling. 

 

Het verwarmde, lichtere water stijgt daarbij via een verdeelpijp naar het bovenste gedeelte van de radiateur. Het wordt door de rijwind gekoeld, zakt naar beneden en stroomt weer naar de motor. Zolang de motor werkt, werkt deze kringloop. De koeling werd ondersteund door ventilatoren, een regeling was nog niet mogelijk. Later wordt de watercirculatie versneld door een waterpomp.

 

Zwakke punten:

  • een lange opwarmtijd
  • een lage motortemperatuur in het koude jaargetijde

 

Tijdens de verdere ontwikkeling van de motor ziet een regelaar voor het koelwater (thermostaat) het licht. De watercirculatie via de radiateur wordt afhankelijk van de koelwatertemperatuur geregeld. In 1922 wordt deze als volgt beschreven: „Deze voorzieningen moeten ervoor zorgen dat de motor snel wordt opgewarmd en voorkomen dat deze afkoelt”. 

 

Hier hebben we het al over een thermostaatgeregelde koeling met de functies:

  • korte opwarmtijd
  • de bedrijfstemperatuur constant houden

Moderne motorkoeling

De motorkoeling werd aanzienlijk verbeterd door de thermostaat en het daardoor mogelijk geworden "kortgesloten" koelvloeistofcircuit. Zolang de gewenste bedrijfstemperatuur van de motor niet is bereikt, stroomt de koelvloeistof niet via de radiateur weer terug naar de motor, maar via de kortste weg. Pas wanneer de gewenste bedrijfstemperatuur is bereikt, opent de thermostaat de verbinding via de radiateur. Deze regeling wordt tot op heden nog in alle systemen gebruikt. De juiste bedrijfstemperatuur van de motor is op dit moment niet alleen van groot belang voor vermogen en verbruik, maar ook voor een lage uitstoot van schadelijke stoffen.

 

Bij het koelen van de motor wordt steeds meer gebruik gemaakt van het feit dat water onder druk niet bij 100 °C, maar pas bij 115  °C tot 130  °C begint te koken. Het koelcircuit staat daarbij onder een druk van 1,0 - 1,5 bar. We hebben het over het gesloten koelsysteem. De installatie heeft hiervoor een expansievat dat maar voor ongeveer de helft is gevuld. Als koelmedium wordt niet alleen water, maar een mengsel van water en koelvloeistofadditief gebruikt. We hebben het nu over koelvloeistof, dat vorstbescherming biedt, een hoger kookpunt heeft en de onderdelen van de motor en het koelsysteem beschermt tegen corrosie.

MOTORKOELSYSTEEM: GRONDSLAGEN

De motorruimte wordt steeds compacter en dat vormt een grote uitdaging voor het onderbrengen van componenten en de warmteafvoer. Aan moderne koelsystemen voor de motorruimte worden hoge eisen gesteld. Daarom is er de laatste tijd een grote vooruitgang geboekt op het gebied van de koeling.

 

De eisen die aan het koelsysteem worden gesteld zijn:

  • kortere warmdraaifase
  • snelle opwarming van het interieur
  • lager brandstofverbuik
  • langere levensduur van de componenten

 

De basis van alle motorkoelystemen bestaat uit onderstaande componenten:

  • koelvloeistofradiateurs
  • thermostaat
  • koelvloeistofpomp (mechanisch of elektrisch)
  • expansievat
  • leidingen
  • motorventilator (aangedreven door V-snaar of Visco®)
  • temperatuursensor (motorbesturing/aanduiding)

Werking

De bij de verbranding van de brandstof onstane warmte, die wordt overgedragen aan de onderdelen van de motor, wordt afgegeven aan de koelvloeistof. Door de circulatie wordt er warmte afgegeven aan de buitenlucht en zo wordt de koelvloeistof gekoeld. Een of meerdere ventilatoren (mechanisch of elektrisch aangedreven), die voor of achter de radiateur zijn aangebracht, ondersteunen het afkoelingsproces. Dit gebeurt met name tijdens het langzaam rijden of stilstand van het voertuig. Om de temperatuur van de koelvloeistof resp. van de motor relatief constant te houden, wordt de stroom koelvloeistof door een thermostaat heen gestuurd.

KOELVLOEISTOFRADIATEUR: WERKING

Vanaf 1905 begint de koeling van de motor, de toenmalige verbrandingstemperatuur in de motor lag bij ca. 600-800 °C. Stalen radiateurs werden rond de eeuwwisseling tot ca. 1938 toegepast, daarna kwamen de non-ferroradiateurs (koper/messing). Nadeel: het grote gewicht en de beperkte voorraden, en daardoor hogere materiaalkosten.

 

Aan de radiateur gestelde eisen:

  • grote capaciteit bij klein oppervlak
  • voldoende sterk
  • permanente corrosiebestendigheid
  • lage productiekosten
  • milieuvriendelijke productie

 

Uitvoering:

  • waterreservoir van GVK = glasvezelversterkt kunststof
  • steeds vaker van aluminium

 

Taak:

  • koelvloeistof in het motorcircuit koelen

 

Voordelen:

  • exact op maat voor een gemakkelijke montage
  • optimaal rendement
  • afgestemd op de klantspecificaties (OEM)

Typische opbouw

Bij de koelvloeistofradiateur kan de oliekoeler ook een aparte component zijn. De afzonderlijke onderdelen worden samengebouwd. Hierdoor verkrijgt de koelvloeistofradiateur zijn vorm. De koeling vindt plaats via de koelribben (koelblok): de doorstromende lucht neemt warmte af van de koelvloeistof. De stroming van de koelvloeistof loopt van boven naar onder, wat men valstroom noemt, of met een dwarsstroom (van rechts naar links of omgekeerd). Beide varianten moeten voldoende tijd en een voldoende doorsnede hebben, zodat de lucht zorgt voor een effectieve koeling van de koelvloeistof.

Radiateur van aluminium

Zoals hier is te zien, is de diepte van het koelblok bij de geheel aluminium radiateur aanzienlijk gereduceerd. Deze constructie helpt om de totale diepte van de koelmodule zo gering mogelijk te houden. Zo is bijv. de geheel aluminium radiateur van de Audi A8 11% lichter en heeft een constructiediepte die 20 mm kleiner is.

 

Deze constructie heeft de volgende eigenschappen:

  • de bovenste bodem vervalt
  • de koelblokdiepte is gelijk aan de diepte van de radiateur
  • 5 - 10% gewichtsreductie
  • grotere bedrijfsstevigheid
  • barstdruk 5 bar
  • als geheel recyclebaar
  • transportbeschadigingen worden gereduceerd (overloopaansluiting)
  • er kunnen verschillende soorten buizen worden gebruikt
  • ronde buis bij grotere capaciteit met turbulentie-element
  • ovale buis (betekent een groter oppervlak voor het koelen)
  • platte mechanisch geproduceerde buis, cassettevormig (een nog groter oppervlak en nog maar één rij noodzakelijk)
  • platte gesoldeerde buis zonder vloeimiddel (de beste afkoeling, de lamellen liggen 100% vast, maar duur)
  • er wordt een speciale aluminium legering gebruikt (koelblok)
  • temperatuur 600 - 650 °C daarna afkoeling tot ca. 130 °C (spanningen worden gecompenseerd)

Gevolgen bij uitvallen

Een defecte radiateur kan als volgt worden herkend:

  • een gebrekkige koeling
  • een hogere motortemperatuur
  • een permanent draaiende radiateurventilator
  • een gebrekkige koelcapaciteit van de airconditioning

 

Mogelijke oorzaken:

  • koelvloeistofverlies door beschadiging van de radiateur (steenslag, aanrijding)
  • koelmiddelverlies door corrosie of lekkende aansluitingen
  • gebrekkige warmte-uitwisseling door uit- of inwendige verontreinigingen (vuil, insecten, kalkafzetting)
  • verontreinigde of verouderde koelvloeistof

Opsporen van storingen

Controlestappen voor het opsporen van storingen:

  • koelvloeistofradiateur controleren op uitwendige vervuiling, indien nodig met gereduceerde perslucht of een waterstraal reinigen Kom daarbij niet te dicht bij de lamellen van de radiateur.
  • de radiateur op uitwendig herkenbare beschadigingen en lekkage controleren (slangverbindingen, felsranden, lamellen, kunststof behuizing)
  • de koelvloeistof op verkleuringen/verontreinigingen (bijv. olie door lekkende koppakking) en antivriesgehalte controleren
  • de doorstroming van de koelvloeistof controleren (verstopping door niet in het systeem thuishorend materiaal, afdichtingsmiddel, kalkafzetting)
  • de koelvloeistofinlaat- en -uitlaattemperatuur meten met een infraroodthermometer

EXPANSIEVAT: WERKING

Om plaatselijke oververhitting van de componenten te voorkomen is een koelvloeistofcirculatie zonder luchtbellen noodzakelijk. Het koelmedium stroomt met grote snelheid in het vat en stroomt hier met lage snelheid weer uit (verschillende diameters van de aansluitingen). Expansievaten van bedrijfswagens hebben 3 kamers en een grote hoeveelheid koelvloeistof, bijv. 8 liter. Het expansievat dient voor het opnemen van de geëxpandeerde koelvloeistof uit het koelvloeistofcircuit. De druk wordt via een ventiel verlaagd, waardoor de systeemdruk op een vooraf ingestelde waarde wordt gehouden.

Werking

Een hoge koelvloeistoftemperatuur leidt tot een drukstijging in het koelsysteem, omdat de koelvloeistof uitzet. De koelvloeistof wordt in het vat geperst. De druk in het vat stijgt. De overdrukklep in de dop wordt geopend, zodat er lucht kan ontsnappen.

 

Als de temperatuur van de koelvloeistof zich normaliseert, ontstaat er een onderdruk in het koelsysteem. Koelvloeistof wordt aangezogen uit het vat. Hierdoor ontstaat er ook een onderdruk in het vat. Hierdoor opent de onderdrukcompensatieklep in de dop van het vat. Er stroomt net zo lang lucht in het vat tot de druk in evenwicht is.

Gevolgen bij uitvallen

Een defect expansievat c.q. een defecte dop kan als volgt worden herkend:

  • verlies van koelmiddel (lekkage) bij diverse systeemcomponenten of het expansievat zelf
  • te hoge koelvloeistof- c.q. motortemperatuur
  • het expansievat of andere systeemcomponenten zijn gescheurd/gebarsten

 

Mogelijke oorzaken:

  • overdruk in het systeem, op grond van een kapotte klep in de dop
  • materiaalmoeheid

Opsporen van storingen

Controlestappen voor het opsporen van storingen:

  • koelvloeistofpeil en antivriesgehalte controleren
  • op verkleuringen/verontreinigingen (olie, afdichtingsmiddel, kalkafzetting) van de koelvloeistof letten
  • thermostaat, radiateur, warmtewisselaar, slangen en slangverbindingen op lekkage en werking controleren
  • eventueel het koelsysteem onder druk zetten (druktest)
  • op luchtbellen in het koelsysteem letten, het koelsysteem eventueel aan de hand van de richtlijnen van de autofabrikant ontluchten

 

Indien alle bovengenoemde punten zijn uitgevoerd zonder dat er afwijkingen zijn geconstateerd, moet de dop van het expansievat worden vervangen. De klep van de dop kan slechts moeilijk worden gecontroleerd.

THERMOSTAAT: WERKING

Thermostaten controleren de temperatuur van de koelvloeistof en daardoor ook de motortemperatuur. In de loop der jaren is er niet veel aan mechanische thermostaten veranderd en deze worden nog altijd gebruikt. Ze werken op grond van een expanderend waselement, waardoor een klep wordt geopend en de koelvloeistof voor het koelen naar de radiateur kan stromen. De thermostaat wordt bij een bepaalde temperatuur geopend, die voor het systeem vooraf is bepaald en niet kan worden gewijzigd. Elektronisch gestuurde thermostaten worden door de motorbesturing aangestuurd en worden afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden van de motor geopend. Elektronisch aanstuurbare temperatuurregelaars dragen door de verbetering van het mechanische motorrendement bij aan de vermindering van het brandstofverbruik en van de uitstoot van schadelijke stoffen.

 

Voordelen:

  • reductie van het brandstofverbruik van ca. 4%
  • reductie van de uitstoot van schadelijke stoffen
  • verbetering van het comfort (door verbetering van de verwarmingscapaciteit)
  • langere levensduur van de motor
  • behoud van de stromingsverhoudingen en de thermodynamische voorwaarden
  • op de behoefte afgestemde temperatuurregeling
  • hoogste snelheid in de verandering van de temperatuur
  • minimale toename van het constructievolume (<3%)

Werking

Bij een verwarming van meer dan 80 °C smelt de wasvulling. Door de volumetoename van de was verschuift de metalen huls op de werkzuiger. De thermostaat opent de radiateurkring en sluit tegelijkertijd de kortsluitingskring. Als de temperatuur onder 80 °C zakt, stolt de wasvulling. Een terugstelveer drukt de metalen huls terug in uitgangspositie. De thermostaat sluit de toevoer naar de radiateur. De koelvloeistof stroomt via de kortsluitleiding direct terug naar de motor.

KOELVLOEISTOFPOMPEN: GRONDSLAGEN

Koelvloeistofpompen pompen de koelvloeistof door het koelcircuit en bouwen de druk op. De koelvloeistofpompen zijn ook onderhevig aan technische veranderingen, maar vele personen- en bedrijfswagens zijn nog steeds voorzien van door V-snaren aangedreven koelvloeistofpompen. De volgende generatie zal worden gevormd door elektronisch aangestuurde koelvloeistofpompen. Hierbij wordt de koelvloeistofpomp afhankelijk van de behoefte aangedreven, net als de compressor in het airconditioningscircuit. Daardoor wordt er een optimale bedrijfstemperatuur gerealiseerd.

 

Hier vindt u meer technische informatie over koelvloeistofpompen.

WARMTEWISSELAAR: WERKING

De warmtewisselaar levert warmte, die met de luchtstroom van de ventilator in het interieur van het voertuig wordt geblazen. Indien een airconditioning aanwezig is, hetgeen vandaag de dag meestal het geval is, wordt ER een mix van koude en warme lucht door de besturing van de airconditioning opgewekt. Hier komen alle drie de factoren samen: warmte, kou en de desbetreffende besturing = regeling van het klimaat (airconditioning) in het interieur.

 

Eigenschappen:

  • Volledig recycleerbaar
  • de gewenste temperatuur in het interieur veiligstellen
  • gesoldeerde warmtewisselaar in geheel aluminium constructie
  • weinig ruimte nodig in het interieur
  • groot verwarmingsvermogen
  • eindbodem gesoldeerd en niet geklemd
  • in de verwarmingskast gemonteerd
  • constructie – mechanisch samengevoegd
  • systeem met buizen en ribben
  • met wervelinzet, ter verbetering van de warmte-overdracht
  • velden met gleuven (kieuwen) in de ribben verhogen de capaciteit
  • Ultramodern, net als bij de koelvloeistofradiateur – geheel aluminium

Werking

De interieurwarmtewisselaar bestaat, net als de koelvloeistofradiateur, uit een mechanisch samengevoegd buizen-/ribbensysteem. De trend gaat ook hier richting geheel aluminium. Door de interieurwarmtewisselaar stroomt koelvloeistof. De doorstroomhoeveelheid wordt meestal geregeld door mechanisch of elektrisch aangestuurde kleppen. De verwarming van de interieurlucht gebeurt via de koelribben (koelblok) van de warmtewisselaar. De luchtstroom die wordt veroorzaakt door de interieurventilator of de rijwind, wordt door de met heet koelwater verwarmde interieurwarmtewisselaar geleid. Hierdoor wordt de lucht verwarmd en komt deze verder in het voertuiginterieur.

Gevolgen bij uitvallen

Een defecte of slecht werkende interieurwarmtewisselaar is herkenbaar aan:

  • Gebrekkig verwarmingsvermogen 
  • Verlies van koelvloeistof 
  • Geurvorming (zoete geur) 
  • Beslagen ramen 
  • Gebrekkige luchtdoorstroming

 

  • Mogelijke oorzaken:
  • gebrekkige warmte-uitwisseling door uit- of inwendige verontreinigingen (corrosie, koelvloeistofadditieven, vuil, kalkafzetting) 
  • koelmiddelverlies door corrosie 
  • koelmiddelverlies door lekkende aansluitingen 
  • verontreinigd interieurfilter 
  • verontreiniging/blokkade in het ventilatiesysteem (bladeren) 
  • foutieve kleppenaansturing

Opsporen van storingen

Controlestappen voor het opsporen van storingen:

  • op geurvorming en beslagen ramen letten
  • het interieurfilter controleren
  • Interieurwarmtewisselaar controleren op lekkages (slangaansluitingen, felsnaden, koelblok)
  • op verontreinigingen/verkleuringen van de koelvloeistof letten
  • de doorstroming van de koelvloeistof controleren (verstopping door niet in het systeem thuishorend materiaal, kalkafzetting, corrosie)
  • de temperatuur van de aan- en afvoer van de koelvloeistof meten
  • op blokkades/niet in het systeem thuishorend materiaal in het ventilatiesysteem letten
  • de kleppenbesturing controleren (circulatie-/frisse lucht)

MOTORVENTILATOR: WERKING

De motorventilator dient om buitenlucht door de koelvloeistofradiateur en over de motor te blazen. Hij wordt aangedreven door de V-riem of, in geval van elektrische ventilator, een door de regeleenheid aangestuurde elektromotor. De Visco-ventilator (Visco®) wordt vooral in bedrijfswagens gebruikt, maar ook in personenwagens. De motorventilator zorgt dat er voldoende lucht doorstroomt om de koelvloeistof te koelen. Bij ventilatoren die door de v-riem worden aangedreven, is het luchtvolume afhankelijk van het motortoerental. Het verschil met de condensatorventilator is dat hij constant wordt aangedreven. De Viscoventilator wordt aangestuurd op basis van de bedrijfstemperatuur.

 

Geschiedenis:
Permanent aangedreven ventilatoren vragen veel energie (pk), maken veel lawaai en hebben een hoog verbruik. Daarentegen zijn elektrische ventilatoren (personenwagens) voordeliger in het gebruik, stil en ze hebben minder energie nodig. Tot de ontwikkelingsdoelstellingen behoren een lager verbruik en minder lawaai, bijv. lawaaireductie door ommantelde ventilatoren.

 

De doorontwikkeling naar de elektronische Viscokoppeling betekent:

  • traploze regeling
  • regeling door middel van sensoren
  • regeling verwerkt de gegevens, bijv. koelvloeistof, olie, inlaatlucht, motortoerental, retarder en airco

 

Hierdoor ontstaat een koeling op basis van de behoefte, een verbetering van het temperatuurniveau van de koelvloeistof, minder geluid en minder brandstofverbruik. Vroeger waren de ventilatoren in personenwagens tweedelig: de Visco®-koppeling en ventilatorwiel waren aan elkaar vastgeschroefd. Tegenwoordig zijn ze op de draaibank ontwikkeld en kunnen ze dus niet meer worden hersteld.

Werking Visco®-ventilator:

Het ventilatorwiel is meestal van kunststof en is op de Visco®-koppeling geschroefd. Aantal en stand van de ventilatorbladen variëren afhankelijk van de constructie. De behuizing van de Visco®-koppeling is van aluminium en heeft talrijke koelribben. De regeling van de Visco®-ventilator kan plaatsvinden via een temperatuurafhankelijke, zelfregelende bimetaalkoppeling. Regelgrootheid hierbij is de omgevingstemperatuur van de koelvloeistofradiateur. Een andere variant is de elektrisch aangestuurde Visco®-koppeling. Deze wordt elektronisch geregeld en elektromagnetisch bediend. Voor de regeling worden hierbij de meetwaarden van verschillende sensoren gebruikt.

Gevolgen bij uitvallen - Visco®-ventilator

Een defecte Visco®-ventilator kan als volgt worden herkend:

  • sterke geluidsontwikkeling
  • een hogere motor- c.q. koelvloeistoftemperatuur

 

Mogelijke oorzaken:

  • beschadigd ventilatorwiel
  • olieverlies/lekkage
  • verontreiniging van het koeloppervlak c.q. het bimetaal
  • lagerschade

Opsporen van storingen - Visco®-ventilator

Controlestappen voor het opsporen van storingen:

  • het koelvloeistofpeil controleren
  • het ventilatorwiel op beschadigingen controleren
  •  op olielekkage controleren
  • de lagers op speling en geluiden controleren
  • bevestiging van ventilatorwiel en Visco®-koppeling controleren
  • de luchtgeleidingsplaten/luchthappers op goed vastzitten en aanwezigheid controleren

De elektronische Visco®-koppeling

De primaire schijf en de flensas brengen de kracht van de motor over. De ventilator is er ook vast mee verbonden. Circulerende siliconenolie zorgt voor de krachtoverbrenging van beide bouwgroepen. Door de klephendel wordt de oliekring tussen de voorraadruimte en werkruimte aangestuurd. 

 

De stroom siliconenolie van de voorraadruimte naar de werkruimte en terug verloopt via twee openingen, de retouropening in de behuizing en de aanvoeropening in de primaire schijf. De kleptuimelaar stuurt het motormanagement aan door middel van impulsen aan de magneetcomponent. 

 

De Hall-sensor analyseert en informeert het motormanagement over het actuele toerental van de ventilator. Een regelaar stuurt een pulserende besturingsstroom naar de magneetcomponent, die de kleptuimelaar aanstuurt, die op zijn beurt de oliestroom en de hoeveelheid olie controleert. Hoe meer siliconenolie in de werkruimte zit, hoe hoger het toerental van de ventilator. Bij een lege werkruimte draait de ventilator onbelast, indien aangedreven bestaat een slip van ca. 5%.

Gevolgen bij uitvallen - Visco®-koppeling

Een defecte Visco®-ventilator kan als volgt worden herkend:

  • een te hoge motor- c.q. koelvloeistoftemperatuur
  • sterke geluidsontwikkeling
  • het ventilatorwiel draait onder alle bedrijfsomstandigheden volledig mee

 

Mogelijke oorzaken:

  • een gebrekkige krachtoverbrenging door olielekkage
  • olieverlies door lekkage
  • verontreiniging van het koeloppervlak c.q. het bimetaal
  • inwendige schade (bijv. de regelklep)
  • lagerschade
  • beschadigd ventilatorwiel
  • permanent volledige krachtoverbrenging door defecte koppeling

Opsporen van storingen - Visco®-koppeling

Controlestappen voor het opsporen van storingen:

  • het koelvloeistofpeil en antivriesgehalte controleren
  • de Visco®-ventilator op externe verontreiniging en beschadigingen controleren
  • de lagers op speling en geluiden controleren
  • op olielekkage controleren
  • bij een uitgeschakelde motor de Visco®-koppeling controleren door deze met de hand te verdraaien Bij een koude motor moet het ventilatorwiel gemakkelijk en bij een warme motor moeilijk gedraaid kunnen worden.

Bij een koude motor moet het ventilatorwiel gemakkelijk en bij een warme motor moeilijk gedraaid kunnen worden.

  • indien mogelijk de slip van de koppeling controleren door een toerentalvergelijking, tussen ventilator-/aandrijftoerental, uit te voeren Bij een volledige krachtoverbrenging mag het verschil bij rechtstreeks aangedreven ventilatoren max. 5% bedragen. Daarvoor kan een optische toerentalmeter met reflectiestroken worden gebruikt.
  • elektrische aansluiting (elektronisch aangestuurde Visco®-koppeling) controleren
  • luchthapper/luchtgeleidingsplaten controleren
  • controleren of er voldoende lucht door de radiateur stroomt
VIDEO BIJ HET THEMA

Vakkundige vervangng van de Visco-koppeling

Beginnend met test en diagnose geven wij een stap-voor-stap-beschrijving van een vakkundige vervanging van de Visco-koppeling.

 

04:18 min

Elektrische radiateurventilator

In personenwagens worden meestal elektrische ventilators gebruikt. Ze worden vaak als aanzuigventilator, maar soms ook als compressor gebruikt. Omdat er meer lucht door de motorradiateur stroomt als de ventilator in werking is, wordt in iedere bedrijfstoestand een optimale temperatuurregeling van de koelvloeistof gegarandeerd. Voor in de auto zijn meestal nog andere radiateurs (bijv. inlaatlucht, besturing, brandstof, condensator) ondergebracht, waarvan de media (lucht, olie, brandstof, koelvloeistof) ook door elektrische ventilators worden gekoeld.

 

De aansturing van de ventilator(s) (dubbele ventilator) gebeurt via een druk- of temperatuurschakelaar of regeleenheid. Zo kan het toerental van de ventilator afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden trapsgewijs (schakelaar) of traploos (pulsbreedtegestuurd) worden geregeld. Bij elektronisch geregelde ventilators bevindt de regeleenheid zich vaak in de buurt van de ventilatoreenheid. Met behulp van een diagnoseapparaat/oscilloscoop kan het foutgeheugen worden uitgelezen of de aansturing worden getest. Mechanische schade (ongeval, lagerschade, gebroken nokken) en elektrische fouten (contactfouten, kortsluiting, defecte schakelaar/regeleenheid) komt vaak in aanmerking als oorzaak van fouten.

 

De elektrische radiateurventilator(s) zijn meestal op radiateurframes gemonteerd. Die dienen om de lucht die door de radiator stroomt doelgericht en met zo weinig mogelijk stromingsverliezen naar de ventilator toe te leiden. Daarom wordt het ventilatorframe ook zo dicht mogelijk bij de radiateur bevestigd.

Werking:

De aansturing van de ventilator(s) (dubbele ventilator) gebeurt via een druk- of temperatuurschakelaar of regeleenheid. Zo kan het toerental van de ventilator afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden trapsgewijs (schakelaar) of traploos (pulsbreedtegestuurd) worden geregeld. Bij elektronisch geregelde ventilators bevindt de regeleenheid zich vaak in de buurt van de ventilatoreenheid. Met behulp van een diagnoseapparaat/oscilloscoop kan het foutgeheugen worden uitgelezen of de aansturing worden getest. Mechanische schade (ongeval, lagerschade, gebroken nokken) en elektrische fouten (contactfouten, kortsluiting, defecte schakelaar/regeleenheid) komt vaak in aanmerking als oorzaak van fouten.

 

De elektrische radiateurventilator(s) zijn meestal op radiateurframes gemonteerd. Die dienen om de lucht die door de radiator stroomt doelgericht en met zo weinig mogelijk stromingsverliezen naar de ventilator toe te leiden. Daarom wordt het ventilatorframe ook zo dicht mogelijk bij de radiateur bevestigd.