AIRCO VULLEN: KOUDEMIDDEL- EN OLIEVULHOEVEELHEDEN

Hier vindt u nuttige kennis en waardevolle tips over koudemiddel- en olievulhoeveelheden voor aircocystemen in voertuigen.

Koudemiddel en compressorolie zijn twee stoffen die voor elke airconditioning van essentieel belang zijn. Ook bepalend zijn de juiste vulhoeveelheden. Scrol door deze site en vind de verschillende varianten van koudemiddel en compressorolie. U vindt hier belangrijke informatie voor het bijvullen van koudemiddel, evenals een link naar het handboek koudemiddel- en olievulhoeveelheden.

Belangrijke veiligheidsaanwijzing
De volgende technische informatie en praktische tips zijn door HELLA ontwikkeld om werkplaatsen professioneel te ondersteunen bij hun werkzaamheden. De gegeven informatie op deze website mag alleen door daarvoor opgeleid vakpersoneel worden gebruikt.

 

KOUDEMIDDEL R12, R134A, R1234YF: WETENSWAARDIGHEDEN

Er zijn nog talrijke auto's op de markt, met airconditionings die oorspronkelijk voor het koudemiddel R12 zijn ontworpen. In 2001 kwam er officieel een definitief einde aan het gebruik van R12 voor voertuigairconditioningsystemen. R12-systemen moesten sinds deze datum bij onderhouds- of reparatiewerkzaamheden worden omgebouwd. Als vervangend koudemiddel werd en wordt R134a gebruikt, afgezien van enkele "drop-in"-koudemiddelen (koudemiddel mixen).

 

Ook nu is het ombouwen van R12 naar 134a in old- en youngtimers en in sommige niet-EU-landen nog aan de orde.

 

In het kader van het ombouwen moet de installatie worden gecontroleerd op lekkage. Lekken moeten vooraf worden hersteld. Alle onderdelen moeten worden gecontroleerd op werking en beschadigingen. De filter-droger moet worden vervangen. Afdichtringen moeten worden vervangen. Verder moet de minerale olie van het R12-systeem worden vervangen door PAG- of PAO-olie. Het wordt dan ook aangeraden om het aircosysteem te spoelen.

 

R134a heeft met een GWP (Global Warming Potential) van 1430 een hoog broeikaspotentieel. Met de huidige EG-richtlijn 2006/40/EG werd besloten om in de toekomst alleen nog koudemiddelen met een GWP van minder dan 150 te gebruiken.

 

Daarom mogen aircosystemen van voertuigen van klasse M1 (personenwagens, personenvervoerwagens tot 8 zitplaatsen) en klasse N1 (bedrijfsvoertuigen met een toegelaten totaal gewicht tot 3,5 t.), waarvoor vanaf 01-01-2011 een typegoedkeuring binnen de EU is verstrekt, niet meer met R134a worden gevuld. Sinds 01-01-2017 kunnen voertuigen, wanneer ze met R134a zijn gevuld, niet meer de eerste registratie goedkeuring ontvangen. Het gebruik van R134a is echter nog wel verder toegestaan voor service- en onderhoudswerkzaamheden op reeds bestaande R134a-installaties. Als nieuw koudemiddel is R1234yf met een GWP van 4 geïntroduceerd. Er kunnen echter ook andere koudemiddelen worden gebruikt, zolang de GWP-waarde onder 150 ligt. De toekomst zal uitwijzen in hoeverre alle voertuigfabrikanten dezelfde of verschillende koudemiddelen zullen gebruiken.

 

Dit heeft natuurlijk een invloed op de werkplaatsen en hun servicepersoneel. De aankoop van nieuwe servicetoestellen lijkt onvermijdelijk. Ook zullen afzonderlijke maatregelen met betrekking tot de opslag van en de omgang met de nieuwe koudemiddelen in acht genomen moeten worden.

KOUDEMIDDEL AIRCO BIJVULLEN - VEILIGHEIDSADVIEZEN EN DESKUNDIGE OMGANG: WERKPLAATSTIPS

Bij het bijvullen van koudemiddel en tijdens alle werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit moeten de volgende aanwijzingen in acht worden genomen:

  • Draag altijd een veiligheidsbril en veiligheidshandschoenen! Bij een normale atmosferische druk en omgevingstemperaturen verdampt het vloeibare koudemiddel zo snel dat het bij contact met de huid of de ogen tot bevriezingen van het weefsel kan leiden (verblindingsgevaar).
  • Bij direct contact moeten de betreffende plaatsen met veel koud water worden afgespoeld. Niet wrijven. Zoek direct een arts op!
  • Bij werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit moet de werkplaats goed worden gelucht. Het inademen van hoge concentraties gasvormig koudemiddel leidt tot duizeligheid en verstikkingsgevaar. Voer werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit niet uit vanuit een werkkuil. Aangezien het gasvormige koudemiddel zwaarder is dan lucht, kunnen daar hoge concentraties ontstaan.
  • Niet roken! Het koudemiddel kan door de sigarettengloed in giftige substanties ontbinden.
  • Het koudemiddel niet in contact brengen met een open vuur of een heet metaal. Hierdoor kunnen dodelijke gassen ontstaan.
  • Het koudemiddel nooit in de atmosfeer laten ontsnappen. Als het koudemiddelreservoir of het aircosysteem wordt geopend, komt de inhoud met een hoge druk naar buiten. De hoogte van de druk hangt af van de temperatuur. Hoe hoger de temperatuur, hoe hoger de druk.
  • Stel geen onderdelen van airconditioningsysteem bloot aan hitte. Voertuigen mogen na lakwerkzaamheden niet tot meer dan 75 °C worden verwarmd (droogoven). Als dat niet mogelijk is, moet de airconditioning vooraf worden geleegd.
  • Bij het verwijderen van serviceslangen van het voertuig mogen de aansluitnippels niet in de richting van het lichaam worden gehouden. Er kunnen nog resten koudemiddel uitkomen.
  • Bij het wassen van het voertuig mag een stoomreiniger niet rechtstreeks op de delen van de airconditioning worden gericht.
  • Verander nooit de fabrieksinstelling van de regelschroef op het expansieventiel.

AIRCO VULHOEVEELHEDEN VAN KOUDEMIDDEL EN OLIE: TABEL

Voor welk voertuig gelden welke vulhoeveelheden? In ons actuele handboek koudemiddel- en olievulhoeveelheden vindt u voor de meeste gangbare voertuigtypen het juiste antwoord.

OPMERKINGEN PERSONENWAGENS (*)
1 Condensor met ronde leidingen
2 Condensor met platte leidingen
3 Condensor 16 mm
4 Condensor 23 mm
5 Motor achterin
6 Motor voorin
7 Expansieklep, oud type
8 Expansieklep, nieuw type
9 Zie sticker in de motorruimte
n.a. Totaalhoeveelheid voor systeem onbekend of niet gespecificeerd door de fabrikant - zie sticker in de motorruimte of op de compressor
q Hoeveelheid afhankelijk van de uitrusting – zie sticker in de motorruimte of op de compressor
w Condensor 18 mm
e Condensor 20 mm
f Dikte van de platte leiding van de condensor
g Zonder oliekoeler
h Condensormodule, droger geïntegreerd in de condensor
i Orga-/productie-nr./zie info ter hoogte van de A/B-stijl
VIN = Voertuigidentificatienummer

Opmerkingen bedrijfswagens

(1) OE Hella
Compressor Unicla: PAG OIL UNIDAP PAO 68 of PAG ISO 46
Compressor Zexel: PAG OIL ZEXEL ZXL 100PG PAO 68 of PAG ISO 46
Compressor Sanden: PAG OIL SANDEN SP 20 PAO 68 of PAG ISO 100
Compressor Nippondenso: PAG OIL ND 8 PAO 68 of PAG ISO 46
Compressor Kiki: FUCHS RENISO PAG 46” PAO 68 of PAG ISO 46
Oliehoeveelheid “n.a.” = hoeveelheid onbekend of niet gespecificeerd door de fabrikant
DOWNLOAD OVER HET THEMA

Koudemiddelanalyse met behulp van de Inspector

Controle van het aircosysteem op verontreinigingen met behulp van de Inspector.

 

03:34 min