ABS/ESP-regelapparaten voor rem- en rijdynamiek

Hier vindt u wetenswaardigheden en waardevolle tips over het hydraulische aggregaat remsysteem/regelapparaat voor rem- en rijdynamiek.

ABS- en ESP-regelapparaten

Belangrijke veiligheidsaanwijzing
De onderstaande technische informatie en praktische tips zijn door HELLA ontwikkeld om werkplaatsen professioneel te ondersteunen bij hun werkzaamheden. De op deze website gegeven informatie mag alleen worden gebruikt door vakmensen die op het betreffende gebied zijn opgeleid.

 

Hydraulisch aggregaat remsysteem met regelapparaat voor rem- en rijdynamiek: Basisprincipes

Het hydraulische aggregaat remsysteem met zijn regelapparaat voor de rem- en rijdynamiek behoort inmiddels in veel voertuigmodellen tot de standaarduitrusting.

 

Het elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP) moet voorkomen dat het voertuig bij het nemen van bochten en in kritische situaties, bijv. bij extreme rijmanoeuvres, aan de achterkant uitbreekt naar opzij. Het systeem grijpt specifiek in het remsysteem en het motor- en transmissiemanagement in en houdt het voertuig in het spoor. Belangrijk hierbij is dat natuurkundige wetten niet buiten werking kunnen worden gesteld. Zodra de grenzen worden overschreden, kan ook het ESP-systeem niet voorkomen dat het voertuig uitbreekt. 

 

Naarmate het aantal voertuigen met ABS/ASR of ESP groter wordt, neemt natuurlijk ook de storingsfrequentie en de behoefte aan reparaties in de werkplaats toe.

Hydraulisch aggregaat remsysteem

In de hydraulische eenheid bevinden zich de schakelkleppen voor de afzonderlijke wielremmen, die nodig zijn om de remdruk te regelen. Met deze kleppen worden in de hydraulische eenheid de voor de remdrukregeling benodigde drie druktoestanden ingesteld: drukopbouw, drukbehoud en drukvermindering.
Met behulp van de hydraulische pomp wordt de benodigde begindruk aan de aanzuigzijde van de retourpomp van het ABS-systeem gegenereerd. De retourpomp is niet in staat om de benodigde begindruk op te bouwen, als het rempedaal niet wordt ingetrapt en er geen druk in het systeem heerst.

Regelapparaat voor rem- en rijdynamiek

Het regelapparaat voor rem- en rijdynamiek is meestal bevestigd aan de hydraulische eenheid.

 

Dit regelapparaat bestaat uit een krachtig computersysteem. Om een zo groot mogelijk veiligheid te garanderen, bestaat het systeem uit twee computers met een eigen voeding en een eigen diagnose-interface, die gebruik maken van dezelfde software. Alle informatie wordt parallel verwerkt en de computers bewaken elkaar. Het regelapparaat is ook verantwoordelijk voor de regeling van het ABS/ASR en ESP. Alle systemen zijn gecombineerd in één regelapparaat.

Uitval van het ABS/ESP-systeem: Foutopsporing

Als het ABS/ESP-systeem uitvalt, wordt dit aangegeven door het permanent branden van het controlelampje. Voordat er wordt begonnen met een uitgebreide diagnose, moet er in elk geval een visuele controle worden uitgevoerd. Hierbij moet vooral worden gelet op lekkage en beschadiging van onderdelen. Als er bij de visuele controle geen afwijkingen worden gevonden, wordt er voor de verdere controle een diagnoseapparaat gebruikt. 

 

Het ABS/ESP-systeem heeft een zelfdiagnosefunctie. Dit betekent dat storingen zoals kabelonderbrekingen, kortsluiting naar massa of plus en defecten in de sensoren door het systeem worden gedetecteerd. Deze storingen kunnen worden opgeslagen in het storingsgeheugen van het regelapparaat en hieruit worden uitgelezen. Met een geschikt diagnoseapparaat kan het ABS/ESP-systeem worden gediagnosticeerd. Afhankelijk van het apparaat is er een breed scala aan testmogelijkheden en kan er zelfs een speciaal geprogrammeerde systeemtest worden uitgevoerd. 

Als het ABS/ESP-systeem uitvalt, wordt dit aangegeven door het permanent branden van het controlelampje. Voordat er wordt begonnen met een uitgebreide diagnose, moet er in elk geval een visuele controle worden uitgevoerd. Hierbij moet vooral worden gelet op lekkage en beschadiging van onderdelen. Als er bij de visuele controle geen afwijkingen worden gevonden, wordt er voor de verdere controle een diagnoseapparaat gebruikt. 

 

Het ABS/ESP-systeem heeft een zelfdiagnosefunctie. Dit betekent dat storingen zoals kabelonderbrekingen, kortsluiting naar massa of plus en defecten in de sensoren door het systeem worden gedetecteerd. Deze storingen kunnen worden opgeslagen in het storingsgeheugen van het regelapparaat en hieruit worden uitgelezen. Met een geschikt diagnoseapparaat kan het ABS/ESP-systeem worden gediagnosticeerd. Afhankelijk van het apparaat is er een breed scala aan testmogelijkheden en kan er zelfs een speciaal geprogrammeerde systeemtest worden uitgevoerd. 

Storingsgeheugen uitlezen

Als eerste stap moet het storingsgeheugen worden uitgelezen. Eventuele storingen worden hier opgeslagen en geven een eerste indicatie van de mogelijke storingsoorzaak. De opgeslagen storing kan direct wijzen op een defect onderdeel (afbeelding storingsgeheugen 2) of op een kortsluiting/kabelonderbreking. Hierdoor kunnen er gericht reparatiewerkzaamheden worden uitgevoerd.

Parameters uitlezen

Als er geen storingen in het storingsgeheugen zijn opgeslagen, kunnen parameters door het opvragen van de werkelijke waarden gericht worden uitgelezen en beoordeeld. Voor de beoordeling van de weergegeven werkelijke waarden zijn er technische documenten met de voorgeschreven waarden nodig, tenzij deze zijn opgeslagen in het diagnoseapparaat. Storingen die zijn opgeslagen in het storingsgeheugen, worden ook weergegeven tijdens het opvragen van de werkelijke waarden. 

Actuatortest

Een andere controlemogelijkheid is de actuatortest. Tijdens deze test kunnen afzonderlijke componenten door het diagnoseapparaat worden aangestuurd en zo worden gecontroleerd op hun werking.

Basisafstelling

Met deze functie kunnen onderdelen zoals de sensoren voor de voertuigdynamiekregeling worden ingesteld op de door de fabrikant aangegeven waarden of worden aangepast. Voorwaarde voor een basisafstelling is een goed werkend voertuigsysteem.

Identificatie

Hier kan speciale systeem- en regelapparaatinformatie worden opgevraagd.

Schakelschema's

Voor de foutopsporing kunnen systeemspecifieke schakelschema's uit de voertuiginformatie worden gebruikt. Hieruit kunnen de PIN-bezetting van de stekker van het regelapparaat en de kabelkleuren worden afgelezen, die vervolgens kunnen worden gebruikt voor verdere controles van de elektrische vacuümpomp of de druksensor-rembekrachtiger.

AANWIJZING

De verschillende diagnosemogelijkheden zijn bij wijze van voorbeeld weergegeven voor een diagnose van een MINI ONE 1,6 R56 met het diagnoseapparaat mega macs 77. De testdiepte en het aantal verschillende functies zijn afhankelijk van de systeemconfiguratie van het betreffende regelapparaat.

Storing in het elektrische systeem: Gevolgen

Als er een storing in het elektrische systeem wordt gedetecteerd, worden de volgende maatregelen genomen:

  • Het ABS/ESP-systeem wordt uitgeschakeld. Het remsysteem werkt verder op de conventionele manier.
  • De storingstoestand wordt aangegeven door het ABS/ESP-controlelampje.

Belangrijke reparatie-instructies: Aanwijzingen

De volgende reparatie-instructies moeten absoluut worden opgevolgd!

  • Omdat er hierbij wordt ingegrepen in het remsysteem, mogen het regelapparaat rem- en rijdynamiek en het hydraulische aggregaat remsysteem alleen worden vervangen door hiervoor opgeleid personeel.
  • Na de inbouw van het ABS-regelapparaat moet dit worden aangepast aan het voertuig! Gebruik hiervoor een geschikt diagnoseapparaat.
  • Neem bij reparaties aan het remsysteem altijd de veiligheidsvoorschriften en montage-instructies van de betreffende systeem- en voertuigfabrikant in acht!
  • Gebruik zo nodig de door de voertuigfabrikant voorgeschreven montage- en demontagegereedschappen.
  • Verkeerd uitgevoerde reparaties kunnen systeemuitval en ernstig persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
Verklarende woordenlijst
  • A
  • B
  • C
  • D
  • E
  • F
  • G
  • H
  • I
  • J
  • K
  • L
  • M
  • N
  • O
  • P
  • Q
  • R
  • S
  • T
  • U
  • V
  • W
  • X
  • Y
  • Z