MIS GEEN ENKEL NIEUWS!

Met de gratis nieuwsbrief geeft HELLA om de twee weken informatie over alle nieuwe ontwikkelingen in HELLA Tech World

Blijf op de hoogte!

Meer informatie over onze nieuwsbrief weergeven Meer informatie over onze nieuwsbrief uitschakelen
 

Met de gratis nieuwsbrief geeft HELLA om de twee weken informatie over alle nieuwe ontwikkelingen in HELLA Tech World, bijvoorbeeld:

  • Nieuwe voertuigspecifieke reparatie-aanwijzingen
  • Technische informatie - van basiskennis tot diagnosetips
  • Productinnovaties
  • Werkplaatsrelevante marketingacties en wedstrijden

Daarvoor hoeft u alleen uw e-mailadres op te geven. Klik hier als u zich voor de nieuwsbrief wilt afmelden.

Regensensor - lichtsensor voor de auto

Hier vindt u nuttige kennis en tips over de regensensor - lichtsensor in voertuigen.

De regensensor is een assistentiesysteem dat de bestuurder ontlast door bij van regen automatisch de ruitenwissers te activeren en zo de veiligheid en het comfort in het voertuig aanzienlijk te vergroten. De regensensor is halverwege de jaren negentig geïntroduceerd in motorvoertuigen en maakt sindsdien integraal onderdeel uit van de moderne voertuigelektronica. 

Belangrijke veiligheidsinstructie
De volgende technische informatie en praktische tips zijn door HELLA ontwikkeld om autowerkplaatsen professioneel te ondersteunen bij hun werkzaamheden. De informatie die op deze website ter beschikking wordt gesteld, mag alleen worden gebruikt door hiervoor opgeleide vakmensen.

 

De regensensor, die aanvankelijk nog werd geïntegreerd in de voet van de achteruitkijkspiegel, wordt tegenwoordig buiten het gezichtsveld aangebracht aan de binnenkant van de voorruit. De sensor herkent in het sensorgebied dat het regent en stuurt deze informatie door naar de besturingselektronica van de ruitenwisser. Zo kan de wisfrequentie in de intervalstand automatisch worden aangepast aan de regenintensiteit. Handmatig ingrijpen van de bestuurder is hierdoor vrijwel niet meer nodig. 

 

De gecombineerde regen-lichtsensor verenigt twee functies in één module:

  • Herkenning van regen en automatische besturing van de ruitenwisser
  • Detectie van het omgevingslicht en automatische in- en uitschakeling van de voertuigverlichting

 

De regensensor wordt gewoonlijk geactiveerd door het bedienen van de wisintervalfunctie of de automatische functie op de stuurkolomschakelaar (foto 2).

 

Door de lichtschakelaar te zetten in de stand AUTO (automatische rijlichtbesturing) wordt de lichtsensor geactiveerd en wordt de verlichting afhankelijk van het omgevingslicht in- of uitgeschakeld (foto 3). 

Regensensor in de auto

De regensensor herkent neerslag op de voorruit met behulp van een opto-elektronische meetmethode. Het sensorelement bestaat uit een of meer lichtdiodes (zender), een prisma en een fotodiode (ontvanger). Een door de lichtdiode gegenereerde lichtstraal bereikt via een prisma de voorruit en wordt door het buitenoppervlak van de voorruit meerdere malen gereflecteerd en naar de fotodiode verder geleid.

 

De combinatie van de sensorpositie en het droge ruitoppervlak maakt een optimale reflectie van de lichtstraal mogelijk (foto 4). 

 

Regendruppels op de voorruit veranderen het reflectiegedrag dusdanig, dat niet alle lichtstralen hun bestemming bereiken en door de waterdruppels worden afgebogen. (foto 5). 

 

Hoe harder het regent, hoe minder licht de fotodiode bereikt. De analyse-elektronica berekent op basis van de stralingssterkte de actuele hoeveelheid regen op de voorruit en stuurt deze informatie naar de ruitenwisserelektronica, die deze nodig heeft om de wissnelheid te regelen. Door continue metingen van de sensor kan het wisgedrag dus precies worden afgestemd op de hoeveelheid neerslag. Als er zware regen of opspattend water van een voorligger wordt gedetecteerd, schakelt het systeem automatisch van de intervalstand over op de hoogste wisserstand. 

Lichtsensor in de auto

De meting van de externe lichtomstandigheden wordt uitgevoerd door een opto-elektronische detector. Door middel van een voorgeplaatst filterglas registreert de sensor speciale golflengtes om kunstlicht te kunnen onderscheiden van daglicht. Met behulp van twee onafhankelijk functionerende sensoren worden het omgevingslicht en het licht voor het voertuig gemeten. 


De verlichtingssterkte rondom het voertuig wordt onder een grote hoek gemeten met de omgevingslichtsensor (foto 6). 

 

De lichtintensiteit voor het voertuig wordt onder een kleine hoek gemeten met de sensor voor het licht direct voor het voertuig (foto 7). 

 

De ontvangstkarakteristiek van de sensor moet hierbij worden afgestemd op de inbouwsituatie. Een speciaal algoritme herkent de verschillende lichtomstandigheden (dag, nacht, schemering of tunnel- of brugdoorgangen) aan de hand van de gegevens van de sensoren en andere informatie uit de voertuigelektronica en schakelt de rijverlichting dienovereenkomstig in of uit. 

Licht- en regensensor: extra functies en toepassingen

Bij de huidige generatie regen-lichtsensoren kunnen er dankzij de modulaire opbouw tot vijf functies worden geïntegreerd. 

Naast de regen-lichtmeting kunnen optioneel de volgende sensorfuncties worden geïntegreerd.

Vochtmeting

De condenssensor geeft de aan de binnenkant van de voorruit gemeten relatieve vochtigheid en temperatuur door aan de airconditioning. Deze informatie wordt door de airco-regeleenheid gebruikt voor het regelen van het klimaat in het voertuiginterieur, bijv. voor de automatische ventilatie van de voorruit. 

Zonne-energiesensor

De zonnesensor meet de zonnestraling die door de voorruit inwerkt op de bestuurder en de passagier, en stuurt deze waarde door naar de airco-regeleenheid. De informatie wordt in de regeleenheid geëvalueerd en gebruikt voor de regeling van het klimaat in het voertuiginterieur. Het ruimtelijk detectiegebied van de zonnesensor komt ongeveer overeen met een halve bol die met de hellingsgraad van de voorruit naar voren is gekanteld.

Verlichting head-up-display

Een extra sensor (HUD) meet de verlichtingssterkte direct voor het voertuig. De ontvangstkarakteristiek van deze HUD-sensor is lager geconcipieerd dan de karakteristiek van de sensor voor het gebied direct voor het voertuig en vergelijkbaar met de kijkhoek van de bestuurder. Als in het voertuig een head-up-display is geïnstalleerd, kan deze informatie worden gebruikt voor aanpassing van de lichtintensiteit van de op de voorruit geprojecteerde informatie. Zo wordt de leesbaarheid van het display op basis van de actuele lichtomstandigheden voor de bestuurder geoptimaliseerd.

Aanpassing aan de ruittoestand

De regensensor past zich permanent aan de actuele toestand van de ruit in het sensorgebied aan. Signaalveranderingen door veroudering als gevolg van krassen of verontreinigingen worden in aanmerking genomen door daarvoor geschikte adaptatieroutines in de software van de sensor of de regeleenheid. Verschillen tussen dit gebied en het door de bestuurder/passagier bekeken gebied van de voorruit kunnen niet door de sensor worden herkend.
Bovendien is in het sensorelement een verwarming geïntegreerd om verkeerde interpretaties bij aanwezigheid van condenswater te voorkomen. Nieuwe generaties sensoren werken met infrarood licht en kunnen dus ook worden gemonteerd in het getinte gedeelte van de ruit.

Weersomstandigheden

Sneeuw en ijs kunnen door de sensor niet van regen worden onderscheiden. Bij sneeuwval is het sensor- of wisgedrag vergelijkbaar met dat bij grote regendruppels. Bij een bevroren voorruit wordt het wissen bij stilstaand voertuig afhankelijk van de buitentemperatuur onderdrukt. Om wissen tijdens het rijden te voorkomen, moet de bestuurder het systeem uitschakelen en de ruitenwisser handmatig bedienen.

COMMUNICATIE EN SYSTEEMINTEGRATIE VAN DE REGENSENSOR: OVERZICHT

Het systeemoverzicht geeft een voorbeeld van een manier waarop de sensor via de LIN-interface kan communiceren met andere systeemcomponenten in het voertuig. Hierbij wordt de sensor door de bovenliggende regeleenheid ingeschakeld en van spanning voorzien. De sensor stelt het systeem alleen informatie ter beschikking en heeft zelf geen directe toegang tot het systeem of de actuatoren. 

Veiligheidsfuncties

Bij een storing van de regensensor neemt de wissermodule van het betreffende voertuig de intervalregeling over. Onafhankelijk van de werking van de sensor kan de ruitenwisser altijd handmatig worden bediend met de bedieningshendel.
 
Bij een uitval van de lichtsensor wordt het rijlicht ingeschakeld in de veilige toestand "licht aan". De verlichting kan echter onafhankelijk van de sensorwerking handmatig worden in- en uitgeschakeld met de schakelaar. 

REGENSENSOR VERVANGEN: REPARATIE-INSTRUCTIES

De volgende servicewerkzaamheden worden bij wijze van voorbeeld getoond voor een regen-lichtsensor van de vierde generatie, maar kunnen op dezelfde manier worden uitgevoerd bij andere sensoren met dezelfde constructie.

Video: Vervangen van de regen-lichtsensor

In deze video geven wij u belangrijke reparatie-instructies voor het vervangen van de regen-lichtsensor. 

 

 

02:37 min

Uitbouwinstructies regensensor

  • Demonteer de voertuigspecifieke afdekking aan de binnenkant van de voorruit
  • Maak de elektrische aansluitstekker voorzichtig los uit het stekkerhuis
  • Druk de borgveer iets omlaag en haal hem met behulp van een kleine schroevendraaier uit de vergrendeling
  • Maak de sensor inclusief het gelkussen met langzame, herhaalde trekbewegingen aan de stekkerzijde zonder kracht te zetten los van de voorruit en bouw de sensor uit
BELANGRIJKE AANWIJZING

Om de regensensor onbeschadigd van de ruit te kunnen verwijderen, is het noodzakelijk dat het koppelmedium (de gel) van tevoren ontspant. Bij 20 °C bedraagt de hiervoor benodigde tijd ca. 30 minuten. Het koppelmedium kan door snelle, onzorgvuldige bewegingen of snelle trekbewegingen onherstelbaar beschadigd raken. 

Inbouwinstructies regensensor

  • Het gedeelte van de voorruit waar de sensor wordt gemonteerd, moet vrij zijn van verontreinigingen zoals vezels en vet, en het moet droog zijn. Indien nodig moet het gebied worden schoongemaakt met een reinigingsmiddel op alcoholbasis.
  • Het koppelmedium moet onbeschadigd, schoon en vrij van luchtinsluitingen zijn. Bij beschadiging moet het koppelmedium of zo nodig de gehele sensor worden vervangen.
  • Positioneer de sensor in het montagegebied door lichte druk uit te oefenen op de twee veerklemmen op het bevestigingsframe. Verhoog nu afwisselend de druk op de rechter en de linker veerarm, totdat de borgklem hoorbaar vastklikt. Hierbij mag de sensor niet kantelen. Vergrendel beide veerarmen niet tegelijk!
  • Voer vervolgens een visuele controle uit van de vergrendeling op het bevestigingselement. 
  • Zet de elektrische aansluitstekker vast in het stekkerhuis en controleer of hij goed op zijn plaats zit.
  • Voer na de montage een visuele controle van de voorruit in het sensorgebied uit.

 

Tussen de voorruit en het koppelmedium zijn direct na de montage luchtinsluitingen met een diameter van maximaal 1 mm toegestaan. Door de kracht van de sensorveer worden deze insluitingen geleidelijk verdrongen.

Montage-instructie bevestiging/koppelmedium

De optische sensor wordt aan de voorruit bevestigd met behulp van een koppelmedium dat een vlakke laag op de optische sensor vormt. Het koppelmedium (gel) egaliseert de oneffenheden tussen de optische sensor en de voorruit, wat resulteert in een gedefinieerde optische interface. Een onjuiste montage kan leiden tot een storing in de werking of uitval van de sensor.

 

Afhankelijk van de voertuigfabrikant kunnen verschillende bevestigingselementen of koppelmedia worden gebruikt. Neem daarom altijd de desbetreffende uit- en inbouwinstructies van de voertuigfabrikanten in acht! 

AANWIJZING VOOR HET BEWAREN VAN DE SENSOR BIJ VERVANGING VAN DE VOORRUIT

In de tijd tussen het demonteren en het opnieuw monteren moet de sensor worden beschermd tegen vuil en tegen mechanische en elektrische beschadiging. Het gevoelige koppelmedium moet worden afgedekt met schoon en droog plasticfolie. Om de sensor te beschermen tegen statische elektriciteit, moet deze tijdelijk worden opgeborgen in een droge kunststof doos. 

LICHT- EN REGENSENSOR CONTROLEREN: STORINGSDIAGNOSE

Video: Controle van de regen-lichtsensor

In deze video laten wij u een eenvoudige functietest van de regensensor zien en demonstreren wij u het storingen zoeken met een diagnoseapparaat.

 

 

03:41 min

Eenvoudige functietest van de regensensor

De regensensor kan op een eenvoudige manier worden gecontroleerd op zijn werking door simulatie van neerslag op de voorruit.

  • Schakel het contact in
  • Stel de wisserschakelaar in op automatische wis-intervalregeling
  • Besproei het sensorgebied op de voorruit met behulp van een spuitfles met water

 

De ruitenwissers moeten nu starten en de wisfrequentie moet automatisch worden aangepast aan de gesimuleerde "regenintensiteit". Als er geen reactie plaatsvindt, maar alle andere handmatig aangestuurde wisstanden goed functioneren, is er voor verdere controle een diagnoseapparaat nodig.

Controle met een diagnoseapparaat

De afzonderlijke functies van de regen-lichtsensor worden bewaakt door de bovenliggende regeleenheden. Als zich storingen voordoen, worden deze opgeslagen in het storingsgeheugen en kunnen ze met een daarvoor geschikt diagnoseapparaat worden uitgelezen. Afhankelijk van het systeem kunnen er nog andere parameters worden weergegeven en worden gebruikt om storingen te zoeken. 

 

Bij het storingen zoeken kan er gebruik worden gemaakt van de volgende diagnosefuncties:

Storingscode

Met deze functie kunnen de in het storingsgeheugen opgeslagen storingscodes worden uitgelezen en gewist. Daarnaast kan er informatie over de storingscode worden opgevraagd. 

Parameters

Met deze functie kunnen de actuele meetwaarden van de sensor in de regeleenheid worden weergegeven en geanalyseerd.

Basisinstelling

Met deze functie kan de sensor in de regeleenheid worden ingeleerd. Na de volgende werkzaamheden moet er een initialisatie van de regensensor plaatsvinden:

  • vervanging van de voorruit
  • vernieuwing van de regensensor

Codering

  • Als er voorruiten met verschillende eigenschappen worden vervangen of extra functies in de regeleenheid moeten worden vrijgegeven, zijn er coderingen nodig.
  • Bij sommige voertuigfabrikanten kunnen de verschillende glastinten van de voorruit (kleurloos/groen glas) worden aangepast aan de sensor.
OPMERKING

De verschillende diagnosemogelijkheden zijn als voorbeeld weergegeven voor het diagnoseapparaat mega macs 66. De testdiepte en de beschikbare functies kunnen van fabrikant tot fabrikant verschillen en zijn afhankelijk van de systeemconfiguratie van de regeleenheid.