Het roetfiltersysteem DPF | HELLA

Algemeen

Om ervoor te zorgen dat de voorgeschreven emissiegrenswaarden niet worden overschreden, wordt er bij dieselvoertuigen een roetfilter of dieselpartikelfilter (DPF) gebruikt.

Dit roetfilter bestaat uit een keramiekstructuur die honingraatvormig is opgebouwd en is gecoat met edelmetalen.

Momenteel worden er vooral twee DPF-systemen gebruikt.

Met additief en zonder additief.

  • Het systeem met additief wordt bij voorkeur gebruikt bij Peugeot en Citroën en in enkele modelvarianten bij Ford, Mazda, Volvo en BMW. Bij deze methode wordt er aan de dieselolie een bepaalde hoeveelheid additief toegevoegd. Hierdoor wordt de temperatuur waarbij de roetdeeltjes verbranden, verlaagd tot 450 °C.
  • Het systeem zonder additief heeft vooral de voorkeur bij Duitse fabrikanten van dieselmotoren. Bij deze methode wordt de temperatuur die nodig is voor het regeneratieproces, bereikt door verschuiving van het inspuitmoment en toevoer van extra diesel.

Werking

Het DPF-systeem filtert schadelijke roetdeeltjes uit de motoruitlaatgassen.

Bij bepaalde rijomstandigheden wordt het regeneratieproces automatisch gestart. Hierbij wordt het filter gereinigd door verbranding van de achtergebleven roetdeeltjes op hoge temperatuur.

De regeneratie

Het DPF-systeem beschikt over een regeneratiefunctie.

Hierbij zijn er twee verschillende processen te onderscheiden: actieve en passieve regeneratie.

  • Bij actieve regeneratie wordt de filtervulgrens bepaald door sensoren. Wanneer bepaalde drempelwaarden worden overschreden, start het motorregelapparaat het regeneratieproces. Het regelapparaat corrigeert het inspuitmanagement en voegt een bepaalde hoeveelheid additief uit een aparte tank aan de brandstof toe (waardoor de temperatuur waarbij de roetdeeltjes verbranden, daalt). Gewoonlijk gebeurt dit ongeveer eens in de 400 – 800 km tijdens het rijden op de autosnelweg.
  • Bij passieve regeneratie wordt de filtervulgrens net als bij actieve regeneratie bepaald door sensoren. Om het regeneratieproces te starten, verandert het motorregelapparaat het inspuitmanagement.

De uitlaatgastemperaturen die nodig zijn voor het regeneratieproces, worden bereikt door de positionering van het filter (vlak bij de motor)
(geen additief nodig).

Dit gebeurt gewoonlijk ook ongeveer eens in de 400 – 800 km tijdens het rijden op de autosnelweg.

Let op: wanneer het reinigingsproces
wordt onderbroken, kan de motor ernstig beschadigd raken.

Tijdens de regeneratie kan er afhankelijk van het voertuigtype een waarschuwingslampje branden. Als dit het geval is, moet er worden doorgereden tot het waarschuwingslampje uitgaat.

Als het waarschuwingslampje blijft knipperen of branden, is regeneratie van het filter niet mogelijk. In dit geval moet u (om ernstige motorschade te voorkomen) direct naar een erkend garagebedrijf gaan.

De door het verbranden van de roetdeeltjes ontstane as blijft in het filter achter.

Wanneer het filter vol zit met as, moet het worden gereinigd of eventueel vervangen.

Belangrijke veiligheidsinstructie De volgende technische informatie en praktische tips zijn door HELLA ontwikkeld om autogarages professioneel te ondersteunen bij hun werkzaamheden. De op deze website gegeven informatie mag alleen worden gebruikt door vakmensen die in het betreffende vakgebied zijn opgeleid. Reproductie, verspreiding, vermenigvuldiging, te gelde maken, in welke vorm ook, en mededeling van de inhoud van dit document of delen daarvan is alleen toegestaan met onze uitdrukkelijke schriftelijke goedkeuring en onder vermelding van de bron. Schematische tekeningen, afbeeldingen en beschrijvingen dienen uitsluitend om de tekst van het document te verklaren en te illustreren en kunnen niet worden gebruikt als basis voor montage of constructie. Alle rechten voorbehouden.