MIS GEEN ENKEL NIEUWS!

Met de gratis nieuwsbrief geeft HELLA om de twee weken informatie over alle nieuwe ontwikkelingen in HELLA Tech World

Blijf op de hoogte!
Meer informatie over onze nieuwsbrief weergeven Meer informatie over onze nieuwsbrief uitschakelen
 

Met de gratis nieuwsbrief geeft HELLA om de twee weken informatie over alle nieuwe ontwikkelingen in HELLA Tech World, bijvoorbeeld:

  • Nieuwe voertuigspecifieke reparatie-aanwijzingen
  • Technische informatie - van basiskennis tot diagnosetips
  • Productinnovaties
  • Werkplaatsrelevante marketingacties en wedstrijden

Daarvoor hoeft u alleen uw e-mailadres op te geven. Klik hier als u zich voor de nieuwsbrief wilt afmelden.

Krukassensor

Hier vindt u nuttige basiskennis en belangrijke tips over de krukassensor bij voertuigen.

De krukassensor is één van de belangrijkste informatiebronnen voor de motorbesturing. Hij bepaalt het toerental en de positie van de krukas en geeft deze informatie in de vorm van een elektrisch signaal door aan de motorbesturing. Ervaar op deze pagina meer over de werkingswijze van krukassensoren en waarop bij controle hiervan moet worden gelet om schade te voorkomen.

Belangrijke veiligheidsaanwijzing
De volgende technische informatie en praktijktips zijn door HELLA opgesteld om werkplaatsen tijdens hun werk professioneel te ondersteunen. De aangegeven informatie op deze website mag alleen door daarvoor opgeleid vakpersoneel worden gebruikt.

 

KRUKASSENSOR WERKING: WERKINGSPRINCIPE

Krukassensoren hebben tot taak, het toerental en de krukaspositie te bepalen. Ze worden meestal in de buurt van de starterkrans ingebouwd. Er bestaan twee typen: inductieve sensoren en Hall-sensoren. Voor een controle van de krukassensor moet altijd worden vastgesteld om welk sensortype het gaat.

 

De draaibeweging van de tandkrans zorgt voor veranderingen in het magneetveld Deze zorgen in de krukassensor voor verschillende spanningssignalen, die naar het regelapparaat worden geleid. Uit de signalen berekent het regelapparaat toerental en positie van de krukas om belangrijke basisgegevens voor de injectie en ontsteking te verkrijgen.

KRUKASSENSOR DEFECT: SYMPTOMEN

Bij uitval van de krukassensor kunnen de volgende symptomen optreden:

  • uitvallen van de motor
  • motorstilstand
  • startproblemen
  • opslaan van een foutcode

OORZAKEN VAN DEFECTE KRUKASSENSOREN: UITVALSOORZAAK

Uitvalsoorzaken kunnen zijn:

  • interne kortsluiting
  • leidingonderbrekingen
  • leidingkortsluiting
  • mechanische beschadiging van het opnemerwiel
  • verontreiniging door metaalslijpsel

KRUKASSENSOR TESTEN: FOUTOPSPORING

Foutopsporing:
Bij de foutopsporing wordt de volgende procedure aanbevolen:

  1. Foutgeheugen uitlezen
  2. Elektrische aansluitingen van de sensorleidingen, stekker en sensor op juiste verbinding, breuk en corrosie controleren.
  3. Op verontreiniging en beschadiging letten

 

De directe controle van de krukassensor kan moeilijk zijn als het precieze type van de sensor niet bekend is. Voor de controle moet duidelijk zijn of het om een inductieve sensor of een Hall-sensor gaat. Beide varianten kunnen optisch niet altijd goed van elkaar worden onderscheiden. Bij drie stekkerpinnen kunnen er geen specifieke uitspraken over het type worden gedaan. Hier kunnen de specifieke gegevens van de fabrikant en de gegevens in de reserveonderdelencatalogus worden geraadpleegd.

 

Zolang het type niet duidelijk is, mag er geen Ohm-meter voor de controle worden gebruikt. Door de voor de weerstandsmeting gebruikte spanning van het meetapparaat kan een Hall-sensor onherstelbaar beschadigd raken!

Als de sensor een 2-polige stekker heeft, dan is er waarschijnlijk sprake van een inductieve sensor. Hier kunnen de interne weerstand, een eventuele massasluiting en het signaal worden gemeten. Daarvoor verwijdert u de stekkerverbinding en controleert u de interne weerstand van de sensor. Als de interne weerstand 200 tot 1.000 Ohm bedraagt (afhankelijk van de gewenste waarde), is de sensor in orde. Bij 0 Ohm is er een kortsluiting aanwezig en bij M Ohm een onderbreking. De controle op massasluiting wordt met behulp van de Ohm-metervan een aansluitpin naar de voertuigmassa uitgevoerd. De weerstandswaarde moet naar oneindig neigen. De controle met een oscilloscoop moet een sinussignaal van voldoende sterkte uitwijzen. Bij een Hall-sensor hoeven alleen de signaalspanning in de vorm van een bloksignaal en de voedingsspanning te worden gecontroleerd. Er moet zich afhankelijk van het motortoerental een bloksignaal voordoen.

 

We herhalen het nog eens: het gebruik van een Ohm-meter kan de Hall-sensor onherstelbaar beschadigen.

MONTAGE-INSTRUCTIES

Er moet voor een correcte afstand tot het opneemwiel en een juiste positie van de sensor worden gezorgd.