MIS GEEN ENKEL NIEUWS!

Met de gratis nieuwsbrief geeft HELLA om de twee weken informatie over alle nieuwe ontwikkelingen in HELLA Tech World

Blijf op de hoogte!
Meer informatie over onze nieuwsbrief weergeven Meer informatie over onze nieuwsbrief uitschakelen
 

Met de gratis nieuwsbrief geeft HELLA om de twee weken informatie over alle nieuwe ontwikkelingen in HELLA Tech World, bijvoorbeeld:

  • Nieuwe voertuigspecifieke reparatie-aanwijzingen
  • Technische informatie - van basiskennis tot diagnosetips
  • Productinnovaties
  • Werkplaatsrelevante marketingacties en wedstrijden

Daarvoor hoeft u alleen uw e-mailadres op te geven. Klik hier als u zich voor de nieuwsbrief wilt afmelden.

Inlaatlucht temperatuur sensor

Hier vindt u nuttige basiskennis en belangrijke tips over het thema inlaatlucht temperatuur sensor bij voertuigen.

Hoewel deze sensor weliswaar onopvallend is, heeft deze desondanks een belangrijke functie: de inlaatlucht temperatuur sensor levert het motorregelapparaat een belangrijke meetwaarde voor de correctie van de mengselvorming en de ontsteking. Op deze site gaan wij in op het werkingsprincipe van de inlaatlucht temperatuur sensor, de gevolgen van eventuele storingen in de sensor en de oorzaken die tot uitval van deze sensor kunnen leiden. Bovendien vindt u hier een stapsgewijze instructie voor het controleren van de sensor.

Belangrijke veiligheidsaanwijzing
De volgende technische informatie en praktijktips werden door HELLA opgesteld om werkplaatsen tijdens hun werk professioneel te ondersteunen. De aangegeven informatie op deze website mag alleen door daarvoor opgeleid vakpersoneel worden gebruikt.

 

WERKING VAN DE INLAATLUCHT TEMPERATUUR SENSOR: WERKINGSPRINCIPE

De inlaatlucht temperatuur sensor meet de temperatuur in het inlaatspruitstuk en zendt de op basis van de inwerkende temperatuur gegenereerde spanningssignalen naar het regelapparaat. Dit analyseert de signalen en beïnvloedt de mengselvorming en de ontstekingshoek.

 

Afhankelijk van de inlaatlucht temperatuur verandert de weerstand van de temperatuursensor. Naarmate de temperatuur oploopt daalt de weerstand, waardoor de spanning bij de sensor afneemt. Het regelapparaat analyseert deze spanningswaarden, aangezien deze in een directe verhouding tot de inlaatlucht temperatuur staan (lage temperaturen resulteren in hoge en hoge temperaturen in lage spanningswaarden bij de sensor).

INLAATLUCHT TEMPERATUUR SENSOR DEFECT: SYMPTOMEN

Een defecte inlaatlucht temperatuur sensor kan door de foutherkenning van het regelapparaat en de hieruit resulterende noodloopstrategie op verschillende wijzen opvallen.

 

Regelmatige foutsymptomen zijn:

  • Opslag van een storingscode en eventuele inschakeling van het motorcontrolelampje
  • Startproblemen
  • Geringer motorvermogen
  • Verhoogd brandstofverbruik

OORZAKEN VOOR EEN DEFECTE INLAATLUCHT TEMPERATUUR SENSOR: UITVALSOORZAAK

Mogelijke oorzaken van de uitval:

  • Inwendige kortsluiting
  • Leidingonderbrekingen
  • Leidingkortsluiting
  • Mechanische beschadigingen
  • Verontreinigde sensorpunt

INLAATLUCHT TEMPERATUUR SENSOR CONTROLEREN: FOUTOPSPORING

FOUTOPSPORING:

  • Uitlezen storingsgeheugen ✓
  • Elektrische aansluitingen van de sensorleidingen, stekker en sensor op juiste verbinding, breuk en corrosie controleren ✓

De controle wordt uitgevoerd met de multimeter

Teststap 1

Allereerst wordt de interne weerstand van de sensor gemeten. De weerstand is temperatuurafhankelijk: bij koude motor hoogohmig en in warme toestand laagohmig.

 

Afhankelijk van de fabrikant:
25 °C 2,0 – 6 KOhm of 80 °C ca. 300 Ohm
Neem de speciale gegevens voor de gewenste waarde in acht.

Teststap 2

De bekabeling naar het regelapparaat controleren door elke afzonderlijke draad naar de regelapparaatstekker op doorgang en massasluiting te controleren.

 

  1. Ohmmeter tussen temperatuursensorstekker en losgenomen regelapparaatstekker aansluiten. Gewenste waarde: ca. 0 Ohm (schakelschema benodigd voor pinbezetting op het regelapparaat).
  2. Desbetreffende pin op de sensorstekker met ohmmeter en losgenomen regelapparaatstekker tegen massa controleren. Gewenste waarde: >30 MOhm.

Teststap 3

Met de voltmeter op de losgenomen sensorstekker de voedingsspanning controleren. Dit wordt uitgevoerd bij aangesloten regelapparaat en ingeschakeld contact. Gewenste waarde: ca. 5 V.

 

Als de spanningswaarde niet wordt bereikt, moet de spanningsvoorziening van het regelapparaat inclusief de massavoorziening volgens het schakelschema worden gecontroleerd. Als deze in orde is, komt een defect bij het regelapparaat in aanmerking.