Onderhoudswerkzaamheden aan het laadsysteem

Hier vindt u nuttige kennis en waardevolle tips over alle aspecten van de onderhoudswerkzaamheden aan het laadsysteem, waarbij we een met Eco Start-Stop DRIVe uitgeruste Volvo V60 als voorbeeld hebben genomen.

Om het brandstofverbruik en de emissiewaarden te verminderen, worden er automatische systemen zoals het automatische start-stopsysteem ingebouwd. Afhankelijk van de voertuigfabrikant kunnen de uitvoeringen en eisen verschillen. Daarom worden er hoogefficiënte generatoren met vrijlooppoelie ingebouwd en startmotoren met een versterkte opbouw die geschikt zijn om vaak te starten. Alleen als alle componenten van het start- en laadsysteem goed functioneren, is de werking van het automatische start-stopsysteem gewaarborgd.

Belangrijke veiligheidsaanwijzing
De volgende technische informatie en praktische tips zijn door HELLA ontwikkeld om werkplaatsen professioneel te ondersteunen bij hun werkzaamheden. De op deze website gegeven informatie mag alleen worden gebruikt door vakmensen die op het betreffende gebied zijn opgeleid.

 

Onderdelen van het laadsysteem: Overzicht

AGM-accu met accusensor

De afkorting AGM staat voor Absorbent Glass Matt (AGM) en betekent dat de elektrolyt bij deze accu's is opgenomen in een glasvezelvlies. AGM-accu's zorgen voor een grotere betrouwbaarheid van het startproces en de stroomvoorziening, zijn lekvrij en speciaal ontwikkeld voor voertuigen met start-stopsystemen.

 

Een intelligente accusensor, die aanvullend is bevestigd op de minpool van de accu, bewaakt de accustatus. De meetwaarden worden via de seriële LIN-communicatie-interface doorgestuurd naar een overkoepelende regeleenheid.

Tweede accu

Bovendien is er in dit voertuig een tweede of secundaire accu ingebouwd. Deze tweede accu, die ook wel buffer- of back-up-accu wordt genoemd, ondersteunt de elektrische installatie, als de motor uitgeschakeld is. De extra stroomvoorziening wordt geregeld door een accu-regeleenheid, die tegelijkertijd voorkomt dat de accu's elkaar ontladen.

Generator met vrijlooppoelie

De generator voorziet de stroomverbruikers bij draaiende motor van stroom en houdt de acculading op peil. Het vermogen van de generator is afhankelijk van het motortoerental. Het maximale generatorvermogen wordt pas opgewekt boven de 2000 omw/min. In de generator is een laadregelaar ingebouwd, die ook wel de regeleenheid van de dynamo wordt genoemd. De laadregelaar wordt via een LIN-interface aangesloten op de motorregeleenheid. Door de montage van een vrijlooppoelie wordt alleen de aandrijfkracht voor één draairichting overgebracht op de generator, waardoor wrijving en slijtage worden verminderd.

Motorregeleenheid

In dit systeem wordt het laadsysteem intelligent aangestuurd via de motorregeleenheid (ECM). Vanuit de centrale elektronica-module (CEM) wordt een aanvraag voor de gewenste laadspanning voor de hoofdaccu naar de motorregeleenheid en van daaruit naar de generatorregelaar gestuurd. Het laadcontrolelampje in het instrumentenpaneel wordt aangestuurd via het CAN-netwerk. Tegelijkertijd schakelt de motorregeleenheid via een relais voor het opladen de tweede accu in. De oplaadtijd van de tweede accu wordt berekend door de centrale elektronica-module en doorgegeven aan de motorregeleenheid.

Startmotor

De startmotor is nodig om de verbrandingsmotor te starten. Startmotoren zijn elektromotoren die tijdens het starten gedurende korte tijd via een tandkrans worden verbonden met de motor en deze op het gewenste starttoerental brengen. Afhankelijk van het ontwerp kan het stroomverbruik van de startmotor meer dan honderd ampère bedragen. Door versterking van bepaalde componenten is de startmotor geschikt voor een groter aantal startcycli gedurende de gehele levensduur

Onderhoudswerkzaamheden aan het laadsysteem: Handleiding

Voordat er wordt begonnen met de generatortest, moeten eerst de accu's worden gecontroleerd. Een eenvoudige controle van de laadstatus kan worden uitgevoerd met een standaardvoltmeter. De rustspanning van de accu kan worden bepaald door middel van een spanningsmeting direct op de accupolen. Wel moeten alle elektrische verbruikers in het voertuig hiervoor eerst worden uitgeschakeld. Een goede accu moet een spanning van 12,4 tot 13,2 volt hebben. 

 

Als de gemeten waarde lager is dan 12,4 volt, moet de accu worden opgeladen en vervolgens opnieuw worden gecontroleerd. Als het resultaat na het opladen nog steeds negatief is, moet de accu worden getest met een accutester en zo nodig worden vervangen. 

AANWIJZING

Voorafgaand aan de eigenlijke probleemoplossing of diagnose moet er een korte visuele inspectie van de componenten en de randapparatuur van het start-/laadsysteem in de motorruimte worden uitgevoerd.

 

De onderstaande informatie en onderhoudswerkzaamheden worden bij wijze van voorbeeld beschreven voor een met een Eco Start-Stop DRIVe uitgeruste Volvo V60, maar zijn ook van toepassing op andere voertuigmodellen met identieke systemen.

Test met een accutester

Om de algemene conditie van een accu beter te kunnen beoordelen, is het raadzaam om de accu te testen met een geschikte accutester, bijvoorbeeld met de BPC-TOOL. Na korte tijd kan hier een beoordeling van de laadtoestand (SOC = state of charge) en de 'gezondheidstoestand' (SOH) van de accu worden opgevraagd. Als beide accu's in orde zijn, zoals in ons voorbeeld, kan de generatortest worden gestart.

Generatortest

Controleer eerst de riemaandrijving en de elektrische aansluitingen op toestand en werking. 

 

Controleer vervolgens de spanningsvoorziening van de generator. Sluit een geschikt meettoestel aan op de generatorklem B+ en de massa van de behuizing van de generator. Het meetresultaat moet gelijk zijn aan de accuspanning. Als voorgeschreven waarde geldt hier de accuspanning met een maximale afwijking van < 0,5 volt. Als het spanningsverschil groter is, moet de bedrading worden gecontroleerd op zwakke punten zoals onderbrekingen en contactweerstanden.

 

Laadspanning en laadstroom van de generator controleren
Om het vermogen van de generator te meten, gebruikt u een geschikte meter en gaat u als volgt te werk:

  • Sluit de stroomtang zo dicht mogelijk aan bij de generatoraansluiting B+
  • Sluit de voltmeter met de rode klem (+) aan op de generatorklem B+ en de zwarte klem (-) op de massa van de generator
  • Start de motor en laat hem stationair draaien
  • Vervolgens belast u de elektrische installatie van het voertuig met ca. 40 ampère door enkele elektrische verbruikers in te schakelen. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door inschakeling van het dimlicht, de interieurventilator, de airconditioning en de verwarmde achterruit
  • Verhoog het motortoerental tot ca. 2000-2500 omw/min en lees de meetresultaten af

 

De regelspanning mag hierbij niet lager worden dan 0,5 V onder de voorgeschreven waarde (13,7 tot 15,0 volt) en de stroomsterkte moet hoger zijn dan het totale stroomverbruik van alle ingeschakelde verbruikers.

AANWIJZING

Neem bij alle testen van het start- en laadsysteem de onderhouds- en reparatievoorschriften van de betreffende voertuigfabrikant in acht!

Testen met het diagnoseapparaat/diagnose van de regeleenheden

In moderne voertuigen met accumanagementsystemen kunnen afhankelijk van de voertuigfabrikant en het systeem, verschillende functies worden opgeroepen voor testen in het voertuig. In het voertuig van ons voorbeeld worden storingen in het laadsysteem geregistreerd in de motorregeleenheid en opgeslagen in het storingsgeheugen van de centrale elektronicamodule. De generator kan zowel worden gediagnosticeerd met de motorregeleenheid als met de centrale elektronicamodule.

 

Daarnaast stellen veel voertuigsystemen voor een snelle diagnose digitale meetwaarden ter beschikking in de vorm van parameters. Parameters geven de actuele toestand of de voorgeschreven en werkelijke waarden van een component aan. Hier kan bijvoorbeeld informatie worden opgevraagd over de IBS-sensor en de laadstatus van de accu.

AANWIJZING

De verschillende diagnosemogelijkheden worden weergegeven aan de hand van het voorbeeld van het diagnoseapparaat mega macs 77. De testdiepte en het aantal verschillende functies kunnen afhankelijk van de voertuigfabrikant en de systeemconfiguratie van de regeleenheid variëren.

Laadsysteem controleren: Video

Servicearbeiten am Radarsensor - Audi Side Assist

In deze video laten we u de visuele inspectie voorafgaand aan de diagnose en het testen van de accu's en de generator zien en demonstreren we hoe u een controle kunt uitvoeren met het diagnoseapparaat mega macs 77.