BMW X5 F15 - waarschuwing koelvloeistofpeil in de instrumentengroep
| Gegevensblad | |
| Fabrikant | BMW |
| Voertuigmodel | X5 F15 |
| Motor | 3.0 d |
| Motorcode | N57 |
| Bouwjaar | 2013 tot 2018 |
| Symptoom | Waarschuwing koelvloeistofpeil in de instrumentengroep |
Koelvloeistofverlies door een lek bij de koelvloeistofflens
Bij het bovengenoemde voertuigtype kan het voorkomen dat er een waarschuwingsmelding in de instrumentengroep verschijnt die aangeeft dat het koelvloeistofpeil te laag is, of dat het koelvloeistofpeil in het expansievat het minimum heeft bereikt. Daarnaast is er vaak een duidelijke geur van koelvloeistof in de motorruimte waarneembaar. Onder het voertuig hoeven zich niet altijd druppelsporen te bevinden, maar bij nadere inspectie zijn er vochtige plekken of gekristalliseerde koelvloeistofresten zichtbaar in het gebied tussen de dynamo en de oliefilterbehuizing.
Als het bovengenoemde defect zich voordoet, moet er bijzondere aandacht worden besteed aan de koelvloeistofflens (koelwateraansluiting) op de cilinderkop (zie afbeelding – inbouwpositie koelvloeistofflens). Het onderdeel is van kunststof en wordt vanwege zijn inbouwpositie blootgesteld aan hoge thermische belastingen. Door materiaalmoeheid kunnen er haarscheurtjes ontstaan ter hoogte van de aansluitingen of kunnen er lekken ontstaan bij de afdichting. Als gevolg hiervan lekt er koelvloeistof naar buiten, met name wanneer de motor op bedrijfstemperatuur is en de systeemdruk toeneemt. Door de verborgen inbouwpositie wordt het lek vaak niet meteen opgemerkt.
Tijdens de foutopsporing moet het gebied rond de koelvloeistofflens op de cilinderkop zorgvuldig worden geïnspecteerd. Indien nodig is het gebruik van een spiegel of een endoscoop vereist. Daarnaast moet het koelcircuit met een geschikt testapparaat onder druk worden gezet om de plaats van het koelvloeistoflek duidelijk te kunnen vaststellen. Als er een lek wordt geconstateerd, moet de koelvloeistofflens inclusief afdichting volgens de instructies van de fabrikant worden vervangen. Tijdens de reparatie moeten aangrenzende koelvloeistofleidingen en slangaansluitingen worden gecontroleerd op eventuele lekken, broosheid of beschadigingen.
Na het afronden van de werkzaamheden moet het koelcircuit volgens de instructies van de fabrikant worden gevuld, ontlucht en opnieuw aan een druktest worden onderworpen.
Zodra de oorzaak van de fout is verholpen, moet een testrit worden uitgevoerd.
| Voorbeeldweergave – inbouwpositie koelvloeistofflens |