Als het vermogen van de dynamo sterk beperkt is of volledig wegvalt, kan een aan de buitenkant zichtbare olievervuiling een duidelijke aanwijzing zijn voor de oorzaak. Vaak zijn er oliesporen te zien op de behuizing of op de elektrische aansluitingen.
Oorzaak:
Motorolie, hydraulische olie of dieselbrandstof kan de dynamo binnendringen via lekkende afdichtingen of beschadigde leidingen. Veelvoorkomende oorzaken zijn lekkende kleppendekselafdichtingen, defecte olieleidingen of lekkages in de buurt van aangrenzende apparaten. De olie kruipt meestal langzaam in de behuizing, waar het zich onopgemerkt verspreidt.
Gevolgen:
De binnengedrongen olie vormt een smeerfilm op wikkelingen, sleepringen en koolborstels. Dit kan leiden tot het week worden van de koolborstels; door de slijtage van de koolborstels ontstaat een geleidende massa die kan leiden tot contactstoringen, kortsluiting of verhoogde slijtage. In veel gevallen resulteert dit in een volledige uitval van de dynamo. Als de olie doordringt tot in de elektronica, kunnen ook de soldeerverbindingen worden aangetast, wat kan leiden tot loslaten of beschadiging van de geleiderbanen.
Praktijktip:
Als er oliesporen op de dynamo te zien zijn, moet de oorzaak onmiddellijk worden vastgesteld en verholpen om gevolgschade te voorkomen. Het gaat hierbij vooral om lekken aan aangrenzende apparaten of olieleidingen. Bij het uitvoeren van reparaties in de omgeving van de dynamo wordt een visuele controle op beginnende olielekkage aanbevolen. Tijdens reparaties in de buurt van de dynamo moet deze bovendien met geschikte afdekkingen worden beschermd tegen lekkende olie.
Opmerking over reiniging:
Bij het reinigen van een vervuilde dynamo mogen geen brandbare of oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen worden gebruikt. Er bestaat brandgevaar door mogelijke vonkvorming. Er mogen uitsluitend elektrotechnisch geschikte, niet-brandbare reinigingsmiddelen worden gebruikt. Het reinigen gebeurt bij voorkeur in uitgebouwde toestand.