Andere belangrijke controles zijn de brandstofdrukmeting, waarmee mogelijke andere defecte onderdelen (brandstofpomp, brandstoffilter, drukregelaar) kunnen worden herkend, evenals de controle van het aanzuig- en uitlaatgassysteem op dichtheid, waarmee onjuiste meetresultaten kunnen worden vermeden. Als de sensor een 2-polige stekker heeft, dan is er waarschijnlijk sprake van een inductieve sensor. Hier kunnen de interne weerstand, een eventuele massasluiting en het signaal worden gemeten.
Daarvoor verwijdert u de stekkerverbinding en controleert u de interne weerstand van de sensor. Als de interne weerstand 200 tot 1.000 Ohm bedraagt (afhankelijk van de gewenste waarde), is de sensor in orde. Bij 0 Ohm is er een kortsluiting aanwezig en bij M Ohm een onderbreking. De controle op massasluiting wordt met behulp van de ohmmeter van een aansluitpin naar de voertuigmassa uitgevoerd. De weerstandswaarde moet naar oneindig neigen. De controle met een oscilloscoop moet een sinussignaal van voldoende sterkte uitwijzen. Bij een Hall-sensor hoeven alleen de signaalspanning in de vorm van een bloksignaal en de voedingsspanning te worden gecontroleerd. Er moet zich afhankelijk van het motortoerental een bloksignaal voordoen. We herhalen het nog maar eens: het gebruik van een ohmmeter kan de Hall-sensor onherstelbaar beschadigen.