MIS GEEN ENKEL NIEUWS!

Met de gratis nieuwsbrief geeft HELLA om de twee weken informatie over alle nieuwe ontwikkelingen in HELLA Tech World

Blijf op de hoogte!
Meer informatie over onze nieuwsbrief weergeven Meer informatie over onze nieuwsbrief uitschakelen
 

Met de gratis nieuwsbrief geeft HELLA om de twee weken informatie over alle nieuwe ontwikkelingen in HELLA Tech World, bijvoorbeeld:

  • Nieuwe voertuigspecifieke reparatie-aanwijzingen
  • Technische informatie - van basiskennis tot diagnosetips
  • Productinnovaties
  • Werkplaatsrelevante marketingacties en wedstrijden

Daarvoor hoeft u alleen uw e-mailadres op te geven. Klik hier als u zich voor de nieuwsbrief wilt afmelden.

Nokkenassensor

Hier vindt u nuttige basiskennis en belangrijke tips rond het thema nokkenassensor bij voertuigen.

De nokkenassensor maakt het voor de motorsturing mogelijk om de exacte positie van het krukasmechanisme te bepalen. Deze informatie is onder meer nodig voor de berekening van het ontstekings- en injectietijdstip. Op deze pagina kunt u nalezen hoe een defect aan de nokkenassensor zichtbaar wordt en welke stappen bij de foutsopsporing zinvol zijn.

Belangrijke veiligheidsaanwijzing
De volgende technische informatie en praktijktips zijn door HELLA opgesteld om werkplaatsen tijdens hun werk professioneel te ondersteunen. De aangegeven informatie op deze website mag alleen door daarvoor opgeleid vakpersoneel worden gebruikt.

 

FUNCTIE NOKKENASSENSOR: WERKING

Nokkenassensoren hebben de taak om samen met de krukassensor de exacte positie van het krukasmechanisme te definiëren. Dankzij de combinatie van beide sensorsignalen weet de motorstuureenheid wanneer de eerste cilinder zich in het bovenste dode punt bevindt.

 

Deze informatie is nodig voor drie doeleinden:

  1. Voor het inspuitbegin bij de sequentiële inspuiting,
  2. voor het signaal voor het aansturen van de magneetklep bij het pompverstuiversysteem en
  3. voor de cilinderselectieve antiklopregeling.

 

De nokkenassensor werkt volgens het Hall-principe. Hij tast een tandkrans af die zich op de nokkenas bevindt. Door de rotatie van de tandkrans verandert de Hall-spanning van de Hall-IC die zich in de sensorkop bevindt. Deze veranderende spanning wordt naar de stuureenheid gestuurd en daar geanalyseerd om de vereiste gegevens vast te stellen.

SYMPTOMEN VAN DEFECTE NOKKENASSENSOR: SYMPTOMEN

Een defecte nokkenassensor kan op de volgende manier worden herkend:

  • Startmoeilijkheden
  • Motorcontrolelampje brandt
  • Opslaan van een foutcode
  • De stuureenheid werkt in het noodprogramma

NOKKENASSENSOR DEFECT: UITVALSOORZAAK

Het uitvallen van de nokkenassensor kan worden veroorzaakt door:

  • Mechanische beschadigingen
  • Breuk van het detectorwiel
  • Interne kortsluiting
  • Onderbreking van de verbinding met de stuureenheid

NOKKENASSENSOR CONTROLEREN: FOUTOPSPORING

FOUTOPSPORING:

  • Sensor op beschadiging controleren ✓
  • Uitlezen van het foutgeheugen ✓
  • Elektrische aansluitingen van de sensorleidingen, stekker en sensor op juiste verbinding, breuk en corrosie controleren ✓

Aansluitkabel controleren

Controle van de aansluitkabel van de stuureenheid naar de sensor met de ohmmeter. Stekker van de stuureenheid en de sensor trekken en de afzonderlijke kabels op doorgang controleren. Een schakelschema is vereist voor de pinbezetting. Gewenste waarde: ca. 0 Ohm.

Aansluitkabels op massasluiting controleren

Aansluitkabels op massasluiting controleren. Meting tussen de sensorstekker en de voertuigmassa bij een losgenomen stuureenheidstekker. Gewenste waarde: >30 MOhm.

Voedingsspanning controleren

Voedingsspanning van de stuureenheid naar de sensor controleren. Stuureenheidstekker instekken, ontsteking inschakelen. Gewenste waarde: ca. 5 V (aanwijzingen van de fabrikant in acht nemen).

Signaalspanning controleren

Controle van de signaalspanning. Meetkabel van de oscilloscoop aansluiten en motor starten. Op de oscilloscoop moet een rechthoekig signaal te zien zijn.

MONTAGE-INSTRUCTIE

Er moet op een correcte afstand tot het detectorwiel en op een correcte dichting worden gelet.