MIS GEEN ENKEL NIEUWS!

Met de gratis nieuwsbrief geeft HELLA om de twee weken informatie over alle nieuwe ontwikkelingen in HELLA Tech World

Blijf op de hoogte!
Meer informatie over onze nieuwsbrief weergeven Meer informatie over onze nieuwsbrief uitschakelen
 

Met de gratis nieuwsbrief geeft HELLA om de twee weken informatie over alle nieuwe ontwikkelingen in HELLA Tech World, bijvoorbeeld:

  • Nieuwe voertuigspecifieke reparatie-aanwijzingen
  • Technische informatie - van basiskennis tot diagnosetips
  • Productinnovaties
  • Werkplaatsrelevante marketingacties en wedstrijden

Daarvoor hoeft u alleen uw e-mailadres op te geven. Klik hier als u zich voor de nieuwsbrief wilt afmelden.

STARTER CONTROLEREN

Hier vindt u nuttige informatie en belangrijke tips met betrekking tot de starter bij voertuigen.

Aangezien een verbrandingsmotor niet vanzelf kan starten, is een goed functionerende starter onontbeerlijk voor een startklare auto. Storingen kunnen bijvoorbeeld ontstaan door foutieve aansluitingen, defecte magneetschakelaars of een beschadigde inloopoverbrenging. Ontdek hier alles over mogelijke storingen en hoe u ze in verschillende gevallen kunt oplossen.

Belangrijke veiligheidsaanwijzing
De volgende technische informatie en praktijktips werden door HELLA opgesteld om werkplaatsen tijdens hun werk professioneel te ondersteunen. De aangegeven informatie op deze website mag alleen door daarvoor opgeleid vakpersoneel worden gebruikt.

 

STARTER: BASISPRINCIPES

Verbrandingsmotoren kunnen niet op eigen kracht starten, maar moeten door een externe energiebron worden gestart. Dit startproces kan elektrisch, hydraulisch of pneumatisch gebeuren.

 

In motorvoertuigen worden in de meeste gevallen elektromotoren gebruikt. Die worden doorgaans als starters aangeduid. Aangezien er bij het startproces hoge wrijvings- en compressieweerstanden moeten worden overwonnen, is de gelijkstroommotor omwille van zijn hoog aanvangsdraaimoment bijzonder goed geschikt als starter.

Starter

OPBOUW EN WERKING VAN DE STARTER: WERKING

Een startmotor bestaat doorgaans uit de volgende elementen:

  • elektrische startmotor
  • inschakelrelais (magneetschakelaar)
  • aandrijflager met inloopoverbrenging

 

De elektrische startmotor bestaat in principe uit een buisvormige poolbehuizing waarin de poolschoenen, bekrachtigingswikkelingen en permanente magneten zijn ondergebracht. In deze poolbehuizing bevindt zich het elektrische anker met ankerwikkeling. Het inschakelrelais, of ook magneetschakelaar genoemd, is een combinatie van een relais en een inschakelmagneet en is bovenaan in de aandrijflager gemonteerd. In de aandrijflager bevindt zich de inloopoverbrenging met rondsel, rolvrijloop, inschakelhendel, meenemer en inloopveer. 

Werking

Door het starten van de motor via het contactslot wordt het inschakelrelais bediend. Door de stroom in de intrek- en houdwikkeling wordt het relaisanker aangetrokken. Daardoor wordt de inschakelhendel bediend en schuift de meenemereenheid met rondsel en vrijloop tegen de tandkrans van het motorvliegwiel. Als het rondsel volledig is ingelopen, zorgt de contactbrug in het inschakelrelais voor de sluiting van het hoofdstroomcircuit naar de startmotor. De starter wordt ingeschakeld en draait.

STARTER DEFECT: SYMPTOMEN

Bij een foutieve startpoging van de motor kunnen de volgende symptompen op een defect van de starter wijzen:

  • Bij het bedienen van de ontstekingsstartschakelaar volgt geen reactie
  • De starter "klikt", maar loopt niet in
  • Het is hoorbaar dat de starter draait maar de motor wordt niet aangedreven.

OORZAKEN VOOR DEFECTE STARTER: UITVALOORZAAK

Een foutieve werking van de starter kan verschillende oorzaken hebben:

  • foutieve elektrische aansluitingen  
  • magneetschakelaar (inschakelrelais) stroef of defect
  • elektromotor elektrisch beschadigd
  • inloopoverbrenging, starterrondsel of vrijloop beschadigd

AANWIJZING

Voorwaarde voor een succesvolle werking is een correcte spanningsvoorziening van de starter. In het kader van de foutdiagnose moet een controle van de voertuigaccu en de plus- en massavoeding van de starter worden uitgevoerd.

STARTER TESTEN: FOUTOPSPORING

Elektrische fouten in de starter zijn meestal te wijten aan een overbelasting. Dit kan worden opgemerkt door massa- en wikkelingskortsluitingen in de veld- en ankerwikkeling maar soms ook in de spoelen van de stuurorganen (magneetschakelaars). De koolborstels en de collector worden zeer sterk belast en zijn gevoeliger voor defecten dan in de generator. Terwijl klemmende koolborstels in de generator geen spanning doen ontstaan en hem dus ontlasten, leidt dit in de starter omwille van de hoge stromen tot de vorming van aanzienlijke vlambogen. Daardoor wordt de collector vaak vernield. Voor de foutopsporing heeft men een multimeter en een tangampèremeter nodig. Foutbronnen (bijv. rondsel) kunnen echter ook door een akoestische waarneming worden gelokaliseerd. Neem ook de technische informatie "Massa (31)" in acht.

De starter draait niet bij de bediening van de contactschakelaar van de ontsteking.

OORZAAK: OPLOSSING:

Verlichting (dimlicht) inschakelen.
Verlichting is zwak of werkt niet =

  • Kabel of massa-aansluiting onderbroken
  • Onvoldoende stroom als gevolg van losse of geoxideerde aansluitingen
  • Accu ontladen
  • Generator defect
  • Accukabel en aansluitingen controleren
  • Accupolen en klemmen reinigen
  • Stroomveilige verbinding tussen starter
  • Accu en massa herstellen
  • Accuspanning meten
  • Accu controleren, evt. laden, vervangen
  • Generator controleren

Magneetschakelaar zet zich niet in beweging:
klem 30 en 50 op de starter onderbroken,
Starter draait/loopt in =

  • Contactschakelaar van de ontsteking defect of
  • Kabel onderbroken
  • Contactschakelaar van de ontsteking vervangen
  • Onderbreking verhelpen

Magneetschakelaar zet zich in beweging:
Accukabel van klem 30 op de starter losmaken en direct aan de contactschroef onder de aansluitklem 30 plaatsen.
Starter start =

  • Contacten van de magneetschakelaar vervuild of versleten
  • Magneetschakelaar en contacten reinigen/vervangen

De starter draait niet wanner de accukabel direct aan de contactschroef onder de aansluitklem 30 wordt geplaatst of de starter draait te langzaam of de motor wordt niet aangedreven.

OORZAAK: OPLOSSING:
Koolborstels versleten Koolborstels vervangen
Koolborstels klemmen Koolborstels en geleidingen van de borstelhouders reinigen
Veren met onvoldoende spanning. Koolborstels sluiten niet aan Veren vervangen
Collector vervuild Collector reinigen
Collector gegroefd of verbrand Starter opknappen of vervangen
Anker of veldwikkeling defect Starter opknappen of vervangen

Starter loopt in en start. De motor draait alleen achterwaarts of zelfs niet.

OORZAAK: OPLOSSING:
Accu ontladen Accu laden, controleren
Gebrekkige stroomdoorgang door losse of geoxideerde aansluitingen Accupolen en aansluitingen reinigen en aantrekken
Koolborstels klemmen Koolborstels en geleidingen van de borstelhouders reinigen
Koolborstels versleten Koolborstels vervangen
Collector vervuild Collector reinigen
Collector gegroefd of verbrand Starter opknappen of vervangen
Anker of veldwikkeling defect Starter opknappen of vervangen

Het aandrijfrondsel loopt niet uit. Starter loopt in en start. De motor draait alleen achterwaarts of zelfs niet.

OORZAAK: OPLOSSING:
Aandrijfrondsel defect Aandrijfrondsel vervangen
Tandkrans op het vliegwiel defect Tandkrans bijwerken en indien nodig vervangen

Het aandrijfrondsel loopt niet uit.

OORZAAK: OPLOSSING:
Rondsel of schroedraad met grote spoed vervuild of beschadigd Starter opknappen en evt. vervangen
Magneetschakelaar defect Magneetschakelaar vervangen
Terughaalveer versleten of gebroken Terughaalveer vervangen

De starter draait verder na het loslaten van de contactschakelaar van de ontsteking.

OORZAAK: OPLOSSING:
Contactschakelaar van de ontsteking of relais defect Motor onmiddellijk afzetten! Schakelaar en relais controleren en evt. vervangen