2
3
4
5
6
7
85
MONTAGEHANDLEIDING
VOOR PROFESSIONELE BEUGELS
1
Het voertuig moet horizontaal staan,
om bevestigings- en instelfouten te voor-
komen. De montagewerkzaamheden
moeten vanwege het gewicht door twee
personen op een stabiel, beveiligd plat-
form worden uitgevoerd.
2 3
Het voorbekabelen en monteren
van de verlichting op de werkbank
vereenvoudigt de latere montage op het
voertuig. Nadat de extra verlichting op
de beugel (hier HS-Schoch) is bevestigd,
wordt de gehele eenheid uitgelijnd op het
dak. De montagepositie nauwkeurig uit-
meten let op een gecentreerde positie
van de beugel. Boorgaten nauwkeurig
aantekenen zorgvuldig boren klink-
moeren plaatsen.
4
Nu kan de proefmontage van de beugel
plaatsvinden. Voor de definitieve montage
de klinkmoeren vullen met siliconenkit,
om waterlekkages te voorkomen.
5 6
Bij de stekkerverbinding cabi-
ne / chassis kan 24 V + en - voor de relais
en verlichting worden afgetakt op een
geschikte plaats. Het relaissignaal voor
grootlicht en parkeerlicht kan worden af-
getakt bij de koplampen.
Is geen origineel elektrisch schema be-
schikbaar, moet worden gemeten.
Aan de kabel kan daarna een signaallei-
ding voor de relais worden gesoldeerd.
Zorg voor schone contacten gevaar
voor corrosie en mogelijke kortsluiting
absoluut voorkomen!
7
De correcte werking van de extra
verlichting en de overige verlichting
testen. De boordcomputer controleren
op eventuele foutmeldingen. Omdat alle
montagewerkzaamheden veiligheidsge-
relateerde zijn en fouten effect hebben op
de toelating, resp. dekking van de verze-
kering, moet het aanbrengen van beugels
en extra verlichting door een vakwerk-
plaats gebeuren.
Belangrijke veiligheidsaanwijzing:
extra verlichting bij voorkeur op een
dakbeugel monteren. De bevestiging aan
zonneschermen wordt door HELLA afge-
raden.