 |
 |
 |
 |
 |
 |
Koplampafstelling |
|
|
|
Afstellen op veiligheid.
|
|
Een perfecte lichtservice hoort vanzelfsprekend thuis in een professionele werkplaats. En net als met de andere onderhoudswerkzaamheden aan voertuigen kan u met lichtservice geld verdienen. Maar zelfs de beste koplampen verliezen een groot deel van hun kracht als ze slecht zijn afgesteld. Te laag afgestelde koplampen zorgen voor een kleinere reikwijdte van de lichtstralen en dus voor een verlies aan zichtbaarheid. Te hoog afgestelde koplampen betekenen onvermijdelijk dat de andere weggebruikers verblind worden.
- De lichtsterkte neemt bij sommige koplampmodellen in vijf jaar af met 50%.
- Naast een juiste afstelling is de conditie van het lampglas, gloeilampen en reflector van groot belang.
- Bij het vervangen van gloeilampen kan voor lichtsterkere typen worden gekozen, b.v. van H1, H4 of H7 naar de Hella Light Power versies H1 +50%, H4 +50% of H7 +50%.
Opmerking:
Vergeet niet, de lichtsterkte van de koplamp te meten. De lichtsterkte neemt immers af in de loop der jaren. In de meeste gevallen helpt een doelgerichte controle van de lichtinstallatie, zodat de complete koplamp niet moet vervangen worden. Soms is dat echter nog de enige mogelijkheid.
- Controleer of er geen spanningsval is bij de aansluitstekkers.
Alle stekkerverbindingen tussen alternator en koplampen controleren en reinigen.
- Gloeilampen vervangen.
Ook gloeilampen verouderen. Bovendien kunt u nieuwe gloeilampen monteren met een hogere lichtopbrengst. (b.v. Hella Light Power H1+50%, H4+50%, H7+50%).
- Door steenslag of verwering worden de koplampglazen "troebel". De minieme beschadigingen breken het licht en veroorzaken een verhoogd verblindingsgevaar. Bij sterk gekraste heldere koplampglazen van moderne voertuigen helpt soms alleen het vervangen van de complete koplamp.
Koplamp controleren en afstellen:
- Bij auto's met automatische lichthoogteregeling de aanwijzingen van de fabrikant opvolgen.
- Bij auto's met manuele lichthoogteregeling op de basispositie afstellen.
- Nieuwe reglementering voor het afstellen van dimlichten.
Sinds september 2003 passen de keuringsstations van de technische controle (GOCA) de nieuwe reglementering toe m.b.t. het afstellen van dimlichten.Voor de afstelling van de lichten zijn thans twee reglementeringen van toepassing, namelijk de richtlijn 76/756/EEG zoals laatst gewijzigd door richtlijn 97/28/EG en de norm NBN611.
Wat verandert er met de nieuwe reglementering voor Europees gekeurde voertuigen?
Vroeger
maakte men een onderscheid tussen koplampen gemonteerd op personenwagens en deze van andere voertuigen. Het dimlicht van personenwagens werd afgesteld op -15: d.w.z. dat de stralenbundel van het dimlicht over een afstand van 10 meter 15 centimer diende te zakken. Dit om verblinding van tegenliggers te vermijden. 15 centimer per 10 meter stemt overeen met 1,5% en omdat de lichtstralen zakken, spreekt men van -1,5%. Bij andere (bedrijfs-) voertuigen bedroeg deze inclinatiewaarde -3%. M.a.w. de lichtstralen dienden over een afstand van 10 meter 30 centimer te zakken ofwel -30.
Nu
wordt er geen rekening meer gehouden met het type voertuig, maar gaat men na op welke hoogte de koplamp zich bevindt. Men meet de afstand tussen de steunvloer en de “onderste” rand v.h lichtdoorlatend gedeelte van de koplamp. In functie van de gemeten hoogte zal de hellingshoek dan aangepast worden. We onderscheiden drie mogelijke afstelbereiken:
| Hoogte(H)= afstand in cm tussen
steunvloer en “onderste” rand v.h lichtdoorlatend gedeelte |
Helling v.d as v.d GROOTLICHTEN |
HELLING van de licht – donker
grenzen - DIMLICHTEN |
| H < 80 |
1% hoger dan het dimlicht |
Tussen 1,0% en – 1,5% |
| 80 ≤ H ≤ 100 |
1% hoger dan het dimlicht |
Tussen 1,0% en – 2,0% |
| H > 100 |
1% hoger dan het dimlicht |
Tussen 1,5% en – 2,0%
|
Voorbeeld: De onderste rand van het dimlicht bevindt zich op een afstand lager dan 80cm boven de grond. Dit dimlicht dient u voortaan af te stellen met een inclinatiewaarde tussen
-1,0% en -1,5%. U kiest zelf de inclinatiewaarde en stelt u in dit geval uw koplampafstelap-paraat in op -1,25%, dan zit u altijd goed.
Behalve de waarden die u in bovenstaande tabel terugvindt, kan men ook rekening houden met de inclinatiewaarde die eventueel door de fabrikant op een duidelijke wijze vermeld is. Hetzij dicht bij de koplamp, hetzij op een gegevensplaatje.
Voorbereiden van de auto:
- De aanwijzingen van de fabrikant opvolgen.
- De banden moeten de voorgeschreven bandenspanning bezitten.
- De auto moet met 75 kg of een persoon worden belast.
|
|
Personenauto's min. 4 m
Vrachtwagens min. 8,5 m
Oneffenheid bodem > 1 mm/m
|
Een vlakke vloer is een voorwaarde voor een juiste afstelling van de koplampen.
|
|